Spring naar inhoud

Financiën

Inleidende paragraaf

Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de financiële positie van DCTerra. Dit verslag is gebaseerd op de jaarrekening 2025 en dient in samenhang te worden gelezen met de bijbehorende toelichting en overige financiële informatie die in het jaarverslag is opgenomen (zie 7.4: Jaarrekening).

7.1Inleiding

Het jaarverslag biedt een integraal beeld van de ontwikkelingen binnen DCTerra gedurende het verslagjaar en beschrijft de belangrijkste interne en externe factoren die daarop van invloed zijn geweest.

De jaarrekening vormt de financiële onderbouwing van het jaarverslag. Hierin worden de gehanteerde waarderingsgrondslagen uiteengezet en wordt inzicht gegeven in de balans, de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de vergelijking met het voorgaande jaar. Tevens bevat de jaarrekening informatie over verplichtingen die niet uit de balans blijken, gebeurtenissen na balansdatum, gegevens over de rechtspersoon en een toelichting op voorzieningen en reserves, inclusief de voorgenomen resultaatbestemming.

Positief financieel resultaat voor DCTerra in 2025

DCTerra sluit het boekjaar 2025 af met een positief bedrijfsresultaat van € 13,2 miljoen, terwijl vooraf was uitgegaan van een nul resultaat. Deze verbetering is grotendeels toe te schrijven aan hogere rijksbijdragen, aangevuld met diverse positieve ontwikkelingen aan zowel de baten- als lastenzijde. Hierdoor is de toch al stabiele financiële positie van DCTerra verder versterkt. Een nadere toelichting op het resultaat is opgenomen in paragraaf 7.1.2.

Activiteiten

DCTerra is een regionaal opleidingscentrum voor voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie in de provincies Groningen, Drenthe en Friesland.

7.1.1 Financiële situatie op balansdatum

Gang van zaken gedurende het verslagjaar

Het jaarresultaat over 2025 bedraagt € 13,2 miljoen positief en wijkt daarmee aanzienlijk gunstiger af van de begroting. Zowel de personele lasten als de rijksbijdragen (lumpsum en aanvullende subsidies) namen toe. Daarnaast hadden overige baten en lasten invloed op het resultaat. Verder speelden fusie-effecten, niet begrote posten en incidentele factoren een rol.
Recapitulatie resultaat t.o.v. begroting (in mln. euro) Voordelig Nadelig Verschil
3.1 Rijksbijdragen 12,1 0,0 12,1
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 0,0 0,2 -0,2
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 0,0 0,1 -0,1
3.4 Baten werk in opdracht van derden 0,0 0,5 -0,5
3.5 Overige baten 2,7 0,0 2,7
4.1 Personele lasten 0,0 3,2 -3,2
4.2 Afschrijvingen 1,8 0,0 1,8
4.3 Huisvestingslasten 0,5 0,0 0,5
4.4 Overige lasten 0,0 0,4 -0,4
5 Financiële baten/lasten 0,4 0,0 0,4
Exploitatieresultaat 17,5 4,3 13,2
In paragraaf 7.1.2 volgt een analyse van de gerealiseerde cijfers in 2025 ten opzichte van de begroting. De vergelijking tussen de realisatie 2025 en die van 2024 is opgenomen in paragraaf 7.4.3: toelichting staat van baten en lasten.

Op basis van de begroting 2025 zijn budgetten toegekend aan regio’s en diensten. Gedurende het jaar is de besteding hiervan maandelijks gemonitord. De financiële voortgang en de realisatie van de gestelde doelen zijn besproken in resultaat- en beheers gesprekken tussen het College van Bestuur en de directeuren van de regio’s en ondersteunende diensten.

Eigen Vermogen

Het totale eigen vermogen van DCTerra bedraagt per ultimo 2025 € 78,4 miljoen (2024: € 65,1 miljoen). De door het ministerie van OCW gehanteerde solvabiliteitsratio II (eigen vermogen + voorzieningen / balanstotaal) komt voor DCTerra in 2025 uit op 71,3% (2024: 65,3%). De signaleringsgrens van het ministerie ligt op 30%. Instellingen die onder deze grens komen, worden onder verscherpt financieel toezicht geplaatst.

Overige kengetallen zijn opgenomen in paragraaf 7.1.3.

Publieke onderwijsmiddelen dienen zo veel mogelijk ten goede te komen aan het onderwijs en mogen niet onnodig in reserves worden opgebouwd. De Inspectie van het Onderwijs hanteert hiervoor een rekenmethode die per instelling een ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen’ bepaalt. De onderbouwing van de reserves vormt een vast onderdeel van de bestuurlijke verantwoording.

Voor DCTerra betekent dit:

Bovenmatig Eigen Vermogen
Totaal eigen vermogen 77.226.497
Privaat vermogen 1.144.343
Feitelijk Eigen Vermogen 78.370.840
Normatief Eigen Vermogen 118.719.610
Mogelijk bovenmatig Eigen Vermogen 0
Ratio Eigen Vermogen 0,65

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT)

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen. Deze wet is op 1 januari 2013 in werking getreden en omvat zowel normen voor de maximale bezoldiging als verplichtingen rondom openbaarmaking. De beloningen van de topfunctionarissen van DCTerra voldoen aan de kaders die de WNT stelt.

Treasury

DCTerra voldoet aan de OCW-regeling Beleggen, lenen en derivaten 2016. Deze regeling verplicht instellingen om de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie vast te leggen. DCTerra heeft dit uitgewerkt in een treasurystatuut.

Met behulp van periodieke liquiditeitsprognoses worden inkomsten en uitgaven zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen kasstromen op de korte termijn (< 1 jaar) en de langere termijn (> 1 jaar). DCTerra heeft geen beleggingen en geen derivaten.

Investeringsbeleid

Investeringen in gebouwen worden uitgevoerd op basis van het meerjarig huisvestingsbeleidsplan. Overige investeringen, waaronder ICT-middelen en onderwijsleermiddelen (machines e.d.), worden gerealiseerd op basis van een vastgesteld en goedgekeurd investeringsplan.

Interne risicobeheersing- en controlesystemen

De afdeling Planning & Control bewaakt systematisch de naleving van de administratieve organisatie en interne controle (AO/IC) om een rechtmatige en doelmatige besteding van publieke- en private middelen te waarborgen. Daarnaast worden periodiek interne controles uitgevoerd op voor de bekostiging kritische aspecten van de onderwijsbedrijfsvoering, zoals studentendossiers en diplomatellingen. Zie hiervoor ook paragraaf 7.2.6 van de continuïteitsparagraaf.

7.1.2 Analyse resultaat 2025

Toelichting realisatiecijfers 2025 ten opzichte van begroting 2025

Algemeen

DCTerra startte 2025 met een sluitende begroting. Gedurende het jaar zijn mutaties in de financiële verwachtingen verwerkt via de forecast, het instrument waarmee tussentijds kan worden bijgestuurd.

De hierna volgende toelichting gaat in op de belangrijkste verschillen tussen de begroting 2025 en de uiteindelijke realisatie.
Een vergelijking tussen de realisatie van 2025 en de cijfers over 2024 is opgenomen in paragraaf 7.4.3.

3.1 Rijksbijdrage OCW

De rijksbijdrage is in 2025 per saldo € 6,9 miljoen hoger uitgekomen dan begroot. Dit verschil wordt voor een groot deel verklaard door ontvangen loon en prijsbijstellingen. Deze middelen zijn echter fors hoger (€ 2 miljoen) dan benodigd voor de dekking van de cao loonstijgingen die per 1 januari 2025 zijn ingegaan.

Daarnaast zijn de overige subsidies van OCW € 5,2 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. Dit komt met name door hogere bijdragen voor onder meer Voortijdig Schoolverlaten (VSV), zij instroomtrajecten, studieverlof en subsidies voor samenwerkingsverbanden. Tevens zijn enkele doelsubsidies in de begroting niet afzonderlijk opgenomen maar wel gerealiseerd, waaronder middelen voor het Investeringsfonds, Basisvaardigheden, Leven Lang Ontwikkeling (LLO) katalysator en Versterking Aansluiting Beroepsonderwijskolom (VABOK).

3.2 Overige overheidsbijdragen en subsidies

De bijdragen van gemeenten en overige overheden zijn € 0,2 miljoen lager dan begroot en met name betreft dit projectopbrengsten.

3.3 College-, cursus-, les- en examengelden

Het ministerie van OCW stelt jaarlijks het te innen bedrag aan cursusgeld voor BBL opleidingen vast op basis van de t 2 oktober telling. Dit bedrag wordt door OCW ingehouden op de rijksbijdrage. DCTerra int zelf het cursusgeld bij studenten aan het begin van het schooljaar; een verrekening tussen de ingehouden subsidie en de daadwerkelijk geïnde bedragen vindt niet plaats.

In 2025 is € 0,1 miljoen minder gerealiseerd dan begroot. Dit is het gevolg van een afname van het aantal BBL studenten.

3.4 Baten werk in opdracht van derden

De opbrengsten uit werk voor derden bedragen in totaal € 4,5 miljoen, wat € 0,5 miljoen lager is dan in de begroting was voorzien. De lagere realisatie doet zich vooral voor bij contractonderwijs (-€ 0,4 miljoen) en bij Inburgering (-€ 0,1 miljoen).

3.5 Overige baten

De overige baten liggen € 2,7 miljoen hoger dan begroot. Dit positieve verschil komt vooral door hogere detacheringsinkomsten en overige personele opbrengsten (+€ 0,8 miljoen), hogere bijdragen van deelnemers (+€ 0,3 miljoen) en een additionele post overige inkomsten (+€ 1,6 miljoen) met name veroorzaakt door de vrijval van een bedrag in verband met investeringsaftrek (€ 0,8 miljoen)

4.1 Personele lasten
Bedragen (in €) REALISATIE 2025 BEGROTING 2025 2024
Loonkosten 114.801.072 111.588.200 114.675.809
Totaal lonen en salarissen 114.801.072 111.588.200 114.675.809
Loonkosten flexibel personeel 4.525.708 5.305.000 8.458.116
Detacheringskosten 2.613.325 1.783.100 1.868.014
Totaal personeel niet in loondienst 7.139.034 7.088.100 10.326.130
Dotaties/vrijval personele voorzieningen 3.702.113 1.600.000 1.348.530
Overige personeelslasten 5.251.548 6.178.300 6.098.741
Af: uitkeringen -1.937.519 -692.600 -1.970.556
Totaal personele lasten 128.956.248 125.762.000 130.478.654

De totale personeelslasten vallen in 2025 € 3,2 miljoen hoger uit dan in de begroting was voorzien. De belangrijkste oorzaak van deze overschrijding ligt bij de inzet van vast personeel.

Gemiddeld aantal werknemers:
Gemiddeld aantal medewerkers naar personeelsgroep in fte’s:
Personeel DCTerra gemiddeld 2025
Management 10,61
Onderwijzend 838,12
Overig 421,96
Eindtotaal 1.270,69
Lonen en salarissen

De realisatie van lonen en salarissen is € 3,2 miljoen hoger dan begroot.

Personele inzet

In 2025 lag de gemiddelde personele inzet 7,7 fte lager dan begroot. Deze afwijking wordt voornamelijk verklaard door het strategische budget dat in de begroting was vertaald naar circa 8 fte aan geplande inzet, maar in de praktijk nauwelijks is gerealiseerd. Daarnaast was de daadwerkelijke inzet op onder andere ziektevervanging circa 5 fte lager dan vooraf geraamd.
Naast deze concrete verschillen zijn er diverse inzetontwikkelingen die lastiger kwantificeerbaar zijn:

  • Daling studentenaantallen.
  • Afname inzet vanuit het reorganisatieplan.
  • Extra inzet op nieuwe middelen en activiteiten
Loonkostenontwikkeling

De loonkosten per medewerker zijn in 2025 gestegen. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn:

  • Inwerkingtreding van de nieuwe CAO per 1 januari 2025. Dit heeft geleid tot een loonontwikkeling van 5,1%.
  • Functieherwaarderingen, die eveneens een opwaarts effect hebben gehad op de gemiddelde loonkosten.
Loonkosten medewerkers niet in loondienst

De kosten voor de inzet van flexibele medewerkers — waaronder tijdelijke medewerkers, ingehuurd personeel en detacheringen — liggen gezamenlijk € 0,1 miljoen hoger dan begroot. Met het oog op demografische krimp en een verwachte afname van rijksmiddelen heeft DCTerra een blijvende behoefte aan een flexibele en tijdelijke schil. In 2025 bedroeg deze schil gemiddeld 5,85%. Jaarlijks wordt, mede op basis van natuurlijk verloop, bepaald hoeveel nieuwe vaste aanstellingen kunnen worden verstrekt.

Dotaties personele voorzieningen

In 2025 is een herberekening uitgevoerd van de personele voorzieningen. Deze herberekening heeft zowel geleid tot een aanvullende dotatie (€ 2,4 miljoen) als tot een vrijval van bestaande voorzieningen (€ 0,3 miljoen), waarmee de begroting met € 2,1 miljoen is overschreden. Een nadere toelichting is opgenomen in paragraaf 7.4.2.

Overige personeelslasten

De overige personeelslasten — waaronder reiskosten, scholing, personele fricties, verplichtingen voor verlofdagen en overige vergoedingen — vallen € 0,9 miljoen lager uit dan begroot.

Uitkeringen

De ontvangen uitkeringen liggen € 1,2 miljoen hoger dan geraamd. Het betreft onder andere WAO uitkeringen, vangnetregelingen en diverse loonkostensubsidies.

4.2 Afschrijvingen

De afschrijvingslasten zijn in 2025 € 1,8 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Deze daling wordt voornamelijk verklaard door een aanpassing in de afschrijvingstermijnen en investeringsgrenzen als gevolg van de harmonisatie van de waarderingsgrondslagen na de fusie en het lager uitvallen van investeringen dan de voor het verslagjaar vastgestelde investeringskredieten.

4.3 Huisvestingslasten

De gerealiseerde huisvestingslasten liggen € 0,5 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste oorzaken zijn lagere kosten voor onderhoud (-€ 0,6 miljoen) en voor energie en water (-€ 0,2 miljoen). Daartegenover staan hogere lasten bij huren (+€ 0,1 miljoen), schoonmaak (+€ 0,1 miljoen) en overige huisvestingslasten (+€ 0,1 miljoen).

4.4 Overige lasten

De overige lasten zijn in 2025 € 0,4 miljoen hoger dan begroot. Binnen de administratie en beheerslasten is een onderschrijding zichtbaar van € 1,2 miljoen. Lagere kosten voor ICT (-€ 0,5 miljoen) en voor vergader en PR activiteiten (respectievelijk -€ 0,3 miljoen en -€ 0,1 miljoen) hangen samen met fusie effecten.

Daarentegen is sprake van hogere uitgaven voor inventaris, apparatuur en leermiddelen (+€ 0,5 miljoen) en overige lasten (+€ 1,1 miljoen). Deze laatste categorie omvat onder meer correcties van voorgaande boekjaren.

5 Financiële baten en lasten

De rentebaten en –lasten zijn in 2025 gesaldeerd begroot. De realisatie laat een positief saldo van € 0,4 miljoen zien ten opzichte van de begroting. Deze verbetering is voornamelijk toe te schrijven aan de gunstige rentepercentages binnen het schatkistbankieren en het relatief hoge liquiditeitssaldo, dat het gevolg is van zowel lagere investeringen als het positieve jaarresultaat.
Gedurende 2025 is echter sprake geweest van een dalende renteontwikkeling. Het rentepercentage nam af van 2,92% in januari tot 1,93% in december. Ondanks deze daling bleven de gerealiseerde rentebaten boven het begrote niveau, mede door de continu hoge liquiditeitspositie gedurende het jaar.

7.1.3 Kerngegevens DCTerra

KENGETALLEN 2025 2024
FINANCIËN
Resultaat bedrijfsvoering (* € 1.000) 13.240 338
Totale baten (* € 1.000) 175.376 164.898
Absolute omvang liquide middelen (* € 1.000) 28.830 24.302
Solvabiliteit I (eigen vermogen in % van balanstotaal) 64,5% 58,2%
Solvabiliteit II (eigen vermogen + voorzieningen in % van balanstotaal) 71,3% 65,3%
Liquiditeit (current ratio) (verhouding vlottende activa t.o.v. kortlopende schulden) 1,3 1,0
Rentabiliteit (exploitatiesaldo in % van totale baten) 7,5% 0,2%
Huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijving gebouwen / totale lasten) 8,7% 9,5%
Weerstandsvermogen (eigen vermogen / totale baten) 45% 39%
Investeringen in materiële vaste activa (* € 1.000) 10.370 6.480
PERSONEEL
Aantal medewerkers in fte op peildatum (ultimo jaar) 1256,0 1345,8

Solvabiliteit I is het eigen vermogen als percentage van het totaal, met een norm van 30%. Op 31 december 2025 is het percentage 64,5%, 6,3 procentpunt hoger dan een jaar eerder.

Solvabiliteit II is het eigen vermogen plus voorzieningen als percentage van het totale vermogen. Eind 2025 is dit percentage 71,3%, een stijging van 6,0 procentpunt ten opzichte van eind 2024.

De rentabiliteit — het nettoresultaat als percentage van de totale inkomsten — was op 31 december 2025 7,3 procentpunt hoger dan een jaar eerder. Deze toename is te danken aan het sterke positieve resultaat.

Liquiditeit geeft aan of een organisatie op korte termijn aan betalingsverplichtingen kan voldoen. De current ratio (vlottende activa / kortlopende schulden) wordt hiervoor gebruikt; OCW hanteert een ondergrens van 0,5. Op 31 december 2025 is de liquiditeit 1,3, vooral door nog beschikbare middelen.
Solvabiliteit 2 en current ratio zijn belangrijk voor het weerstandsvermogen, en worden beïnvloed door investeringen, resultaat en financiering.

7.2Continuïteitsparagraaf

Vanwege het voornemen van majeure investeringen de komende jaren is ervoor gekozen in deze continuïteitsparagraaf vijf jaren vooruit te kijken naar ontwikkelingen van beleid en organisatie en de financiële gevolgen hiervan voor zowel de exploitatie als vermogenspositie.

7.2.1 Ontwikkeling studenten- en leerlingenaantallen

De ontwikkeling van zowel studenten als leerlingenaantallen kennen beide een eigen trend. Bij MBO is een daling van gewogen studentenaantallen zichtbaar vanaf 2028. Bij VO is een daling zichtbaar in 2027 maar stijgen de leerlingenaantallen in de jaren 2028 tot en met 2030.
Kengetallen ontwikkeling studenten            
Peildatum 1-10- 2025 2026 2027 2028 2029 2030
BOL  6.237   6.408   6.558   6.626   6.613   6.572 
BBL  2.611   2.272   2.126   1.992   1.848   1.782 
Totaal  8.848   8.680   8.684   8.618   8.461   8.354 
Tijddeelnemers  7.543   7.544   7.621   7.622   7.537   7.463 
% BOL 70% 74% 76% 77% 78% 79%
% BBL 30% 26% 24% 23% 22% 21%
Kengetallen ontwikkeling leerlingen            
Peildatum 1-10- 2025 2026 2027 2028 2029 2030
VMBO  3.554   3.516   3.477   3.572   3.683   3.731 
PRO  147   133   131   138   135   138 
Totaal VO  3.701   3.649   3.608   3.710   3.818   3.869 

In 2030 zal het aantal studenten (gewogen) circa 1,05% lager zijn dan in 2025. De daling in ongewogen aantallen is groter dan in gewogen aantallen. Dit komt doordat de verhouding tussen BOL en BBL naar verwachting de komende jaren gaat veranderen. Verwacht wordt dat het aandeel BOL stijgt. Dit heeft een dempend effect op de studentendaling.

Het aantal leerlingen in het VO zal in 2029 circa 4,5% hoger zijn dan in 2025. In de tussenliggende jaren zijn wel flinke fluctuaties zichtbaar. In 2027 zit het aantal leerlingen naar verwachting 2,5% lager dan in 2025. Daarna vindt een stijging plaats van 7,2% tussen 2027 en 2030.
In de prognose wordt per vestiging gekeken naar de ontwikkeling van het voedingsgebied. Vervolgens wordt er een voorspelling gedaan op basis van historie, demografische ontwikkelingen, marktaandeel en doorstroming.

De MBO prognosetool doet een voorspelling voor de komende jaren, die gebaseerd is op historie en demografische ontwikkelingen. De bovengenoemde prognose is opgesteld op basis van de trend die de MBO prognosetool voorspelt. Deze trend is losgelaten op de werkelijke studentenaantallen per 1 oktober 2025.

Het risico blijft uiteraard bestaan dat de prognoses in de praktijk af zullen wijken (ofwel naar boven, ofwel naar beneden).

7.2.2 Medewerkers

Binnen DCTerra bestaan de exploitatielasten voor het grootste deel uit personele lasten. Per 1 januari 2025 is sprake van één AFAS systeem.
Kengetallen personeel DCTerra 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Ontwikkeling personele bezetting DCTerra            
Management / directie  10,6   13,0   13,0   13,0   13,0   13,0 
Onderwijzend personeel  838,1   858,4   873,8   874,5   872,1   872,0 
Overige medewerkers  422,0   405,0   372,3   341,1   336,6   339,6 
Personele bezetting (aantal fte)  1.270,7   1.276,4   1.259,1   1.228,6   1.221,7   1.224,6 

In bovenstaande tabel is de ontwikkeling van de formatie in de periode 2025-2030 inzichtelijk gemaakt. Het betreft formatie exclusief seniorenverlof. De gegevens over 2026 zijn afkomstig uit de goedgekeurde begroting. In totaliteit zal de formatie van DCTerra in de periode 2025 tot en met 2030 dalen met 46,1 fte.

Voor Onderwijzend Personeel geldt dat het personeel meebeweegt met de ontwikkeling van studenten en leerlingenaantallen. Aangezien de ontwikkelingen van deze beide groepen niet hetzelfde is, beweegt onderwijzend personeel van VO mee met de ontwikkeling op leerlingenaantallen en onderwijzend personeel van MBO op de ontwikkeling van studentenaantallen.

In de categorie Overig Medewerkers is meerjarig op hoofdlijnen de teruggang in formatie verwerkt. Per augustus 2027 zit deze categorie op niveau van het goedgekeurde reorganisatieplan. Dit plan richt zich voornamelijk op het verminderen van Overige Medewerkers in de nieuwe organisatie, zodat de verhouding OP/OBP personeel richting de gewenste verhouding van de benchmark (70% OP en 30% OBP) komt.

Vanaf 2028 is gekeken naar de ontwikkeling van Overige Medewerkers in relatie tot de ontwikkeling van baten.

7.2.3 Meerjarenbegroting 2025 – 2030

x € 1.000
  2025 2026 2027 2028 2029 2030
Baten            
Rijksbijdrage OC&W  160.460   157.405   153.368   150.236   150.996   152.015 
Overige overheidsbijdragen en subsidies  3.129   1.430   1.380   1.330   1.280   1.230 
College-, cursus- en/of examengelden  1.439   1.499   1.499   1.499   1.499   1.499 
Baten werk in opdracht van derden  4.498   4.989   5.652   5.932   5.712   5.992 
Overige baten  5.849   5.417   7.274   7.473   7.144   6.470 
TOTAAL BATEN 175.375  170.740  169.173  166.470  166.631  167.206 
             
Lasten            
Personeelslasten  128.956   135.007   131.817   128.621   127.165   126.884 
Afschrijvingen  6.091   7.032   7.848   9.044   10.336   10.614 
Huisvestingslasten  11.840   12.596   12.457   11.958   11.958   11.958 
Overige lasten  15.686   16.130   15.467   14.513   14.761   15.051 
TOTAAL LASTEN 162.573  170.765  167.589  164.136  164.220  164.507 
             
Saldo baten en lasten 12.802  -25  1.584  2.334  2.411  2.699 
             
Saldo financiële baten en lasten 438  25  -585  -1.835  -2.410  -2.700 
             
TOTAAL RESULTAAT 13.240  999  499  -1 

De totale inkomsten van DCTerra dalen in de periode van 2025-2030 van € 175,8 miljoen in 2025 naar € 167,2 miljoen in 2030. Dit is een daling van € 8,6 miljoen.

  • De rijksbijdrage daalt met € 8,4 miljoen van € 160,4 miljoen in 2025 naar € 152,0 miljoen in 2030. Dit betreft circa 90 procent van de totale inkomsten. Daling van de Rijksbijdrage wordt veroorzaakt door de ontwikkeling van hoofdbekostiging, ontwikkeling van het relatieve aandeel en de ontwikkeling van leerlingen- en studentenaantallen. Vanaf 2030 wordt naar verwachting een wijziging in de bekostigingssystematiek van OCW doorgevoerd. De concrete uitwerking hiervan is op dit moment nog niet bekend. In afwachting daarvan zijn de krimpmiddelen, die formeel eindigen in 2027, als voorschot doorgetrokken in de begroting voor de jaren na 2027.
  • De te innen cursusgelden bedraagt in 2025 € 1,4 miljoen en blijft in de periode 2026-2030 stabiel op € 1,5 miljoen. Eenzelfde bedrag zal worden ingehouden op de rijksbijdrage.
  • De baten vanuit werk in opdracht van derden laat de komende jaren een stijgende lijn zien van € 4,5 miljoen in 2025 naar € 6,0 miljoen in 2030. De volgende trends zijn zichtbaar:
    • Binnen de baten uit werk in opdracht van derden wordt een stijging van de inkomsten uit contracten in het kader van de Wet inburgering (WI) verwacht. Voor de jaren 2027 en 2028 wordt uitgegaan van een omzetniveau van circa € 1,5 miljoen per jaar. Deze stijging hangt samen met de huidige gunning voor de Wet inburgering voor de gemeente Emmen, die naar verwachting zal doorlopen tot 2029. Gezien de onzekerheid rondom de omvang en instroom van deze doelgroep is voorzichtigheidshalve vanaf 2029 uitgegaan van een lager omzetniveau van € 1,0 miljoen. Vanaf dat moment wordt gerekend met een structureel stabiel niveau van € 1,0 miljoen per jaar.
    • Voor de VO bijdragen educatie is uitgegaan van een stabiele omzet van € 1,0 miljoen.
    • Voor overige contracten wordt, als resultaat van de inspanningen vanuit Leven Lang Ontwikkelen, een omzetstijging nagestreefd. Verwachte omzet in 2030 is € 3,9 miljoen.
  • De overige baten fluctueert door de jaren, onder andere door subsidies en projecten.

Personele lasten

Jaarlijks wordt het grootste deel van de geraamde inkomsten uitgegeven aan personeel. In 2025 betreft dit 79,1% en dit beweegt richting 77,1% in 2030. De loonkosten zijn gebaseerd op de in paragraaf 10.2 geschetste formatie-ontwikkeling. De overige personele kosten bewegen mee met de verwachte formatieomvang. Bij de berekening van de loonkosten is geen rekening gehouden met een loonkostenstijging. Aanname is dat een eventuele loonstijging zal worden gecompenseerd door extra rijksbijdragen. In de meerjarenbegroting is het uitgangspunt gehanteerd dat voor de categorie overige medewerkers het reorganisatieplan gevolgd wordt en behaald is per augustus 2027.

Afschrijvingslasten

De afschrijvingslasten voor 2026 zijn berekend op basis van de staat van activa per 30 september 2025 en de vervangingsinvesteringen voor 2026. Voor de jaren vanaf 2027 is op basis van de activa module een gedetailleerde doorrekening van de afschrijvingslasten gemaakt. Hier wordt de jaarlijkse afschrijvingslast op basis van het meegenomen investeringsbudget opgeteld. Dit zorgt voor een stijging van de afschrijvingslasten van € 6,1 miljoen in 2025 naar € 10,6 miljoen in 2030.

Voor de periode 2026–2030 is in de meerjarenbegroting een totaal van € 106,4 miljoen aan investeringen opgenomen. Dit bedrag omvat zowel de reguliere investeringen in onderwijs, ICT en facilitaire voorzieningen, als de ruimte voor grotere strategische projecten.

Huisvestinglasten

De huisvestingslasten zijn berekend op basis van de op dit moment bekende informatie. Daar waar bekend zijn wijzigingen doorgerekend in de lasten.

De uitkomsten vanuit het Strategisch Huisvestingsplan zijn nog niet als dusdanig verwerkt in de meerjarenbegroting. Wel is er financieel rekening gehouden met een investeringsbehoefte van in totaal € 106,4 miljoen in de jaren 2026-2030, zodat de effecten hiervan zichtbaar worden. Vanuit dit bedrag moeten ook de jaarlijkse reguliere investeringen uitgevoerd worden. Door deze omvang aan investeringen beweegt de huisvestingsratio meer richting 13%. De bovengrens en signaleringswaarde van deze ratio is 15%.

De totale investeringen in de jaren 2026-2030 zijn als volgt verdeeld:

  • ICT € 9,5 miljoen (jaarlijks € 1,9 miljoen)

  • Facilitair € 13,2 miljoen (jaarlijks € 2,64 miljoen)

  • Onderwijs € 4 miljoen (jaarlijks 0,8 miljoen)

  • Verduurzaming Veldlaan € 1,75 miljoen

  • Verduurzaming Anne de Vriesstraat € 5,1 miljoen

  • Gereserveerde investeringsbehoefte € 72,8 miljoen

Overige lasten

De overige lasten bestaan uit:

  • Administratie- en beheerlasten;
  • Inventaris en apparatuur;
  • Leermiddelen;
  • Overige lasten.

Een deel van deze lasten is niet afhankelijk van het aantal studenten en leerlingen en kunnen worden beschouwd als vaste lasten. Daar waar van toepassing bewegen de lasten mee met de voorziene ontwikkeling van het aantal studenten en leerlingen.

7.2.4 Meerjarenbalans 2025-2030

x € 1.000
  2025 2026 2027 2028 2029 2030
Activa            
Immateriële vaste activa  4   4   4   4   4   4 
Materiële vaste activa  86.595   92.561   102.054   133.350   143.354   148.080 
Financiële vaste activa            
Totaal vaste activa  86.599   92.565   102.058   133.354   143.358   148.084 
             
Voorraden            
Vorderingen  6.119   6.119   6.119   6.119   6.119   6.119 
Liquide middelen  28.830   22.321   25.308   28.752   32.049   34.623 
Totaal vlottende activa  34.949   28.440   31.427   34.871   38.168   40.742 
             
Totaal activa  121.548   121.005   133.485   168.225   181.526   188.826 
             
Passiva            
Algemene Reserve 63.114  63.114  63.114  64.114  64.614  64.614 
Bestemmingsreserves 15.257  15.257  15.257  15.257  15.257  15.257 
Exploitatiesaldo      1.000   500     
Totaal Eigen Vermogen  78.371   78.371   79.371   79.871   79.871   79.871 
             
Voorzieningen  8.275   8.275   8.275   8.275   8.275   8.275 
Langlopende schulden  8.250   7.730   11.869   52.269   64.570   71.370 
Kortlopende schulden  26.652   26.629   33.970   27.810   28.810   29.310 
Totaal passiva  121.548   121.005   133.485   168.225   181.526   188.826 
             
Uitsplitsing eigen vermogen            
Algemene Reserve  63.114   63.114   64.114   64.614   64.614   64.614 
Bestemmingsreserve  15.257   15.257   15.257   15.257   15.257   15.257 
Totaal eigen vermogen  78.371   78.371   79.371   79.871   79.871   79.871 

Hierboven is de balans weergegeven behorend bij de meerjarenbegroting.

  • Aan het eigen vermogen wordt het jaarlijkse exploitatiesaldo toegevoegd.
  • Bij de vaste activa is rekening gehouden met een jaarlijks investeringsniveau. Daarnaast zijn de effecten van de investeringen in huisvesting zichtbaar. De vaste activa stijgen van € 86,6 miljoen in 2025 naar € 148,0 miljoen in 2030.
  • De langlopende schulden nemen toe van € 8,2 miljoen in 2025 naar € 71,4 miljoen in 2030 door het aangaan van nieuwe financieringen in het kader van de huisvestingsinvesteringen. De onderstaande nieuwe leningen zijn opgenomen.
    • 2027 € 12 miljoen
    • 2028 € 35 miljoen
    • 2028 (roll-over lening) € 7 miljoen
    • 2029 € 15 miljoen
    • 2030 € 10 miljoen

De roll-over lening is verwerkt op basis van een tweetal ING Bank leningen die in 2028 worden afgelost en opnieuw worden gefinancierd.

Voor de nieuwe leningen is een aflossingsperiode aangehouden van 25 jaar en wordt gerekend met 3,5% rente.

De aflossingen lopen op naar € 2,7 miljoen in 2030.

Bestemmingsreserve

x € 1.000
  Saldo per 1-1-2025 Bestemming resultaat 2025 Saldo per 31-12-2025
Algemene reserve   -388  
Bestemmingsreserve (privaat) DNA Next  594     594 
Bestemmingsreserve (privaat) Terra Next  550     550 
       - 
Bestemmingsreserve Huisvesting  -   12.057   12.057 
Bestemmingsreserve Krimpmiddelen  -   2.055   2.055 
Bestemmingsreserve Change  485   -485   - 
   1.629   13.239   15.256 
Hierboven is het verloop van de bestemmingsreserves zichtbaar. De bestemmingsreserve Change is per eind 2025 nihil. Voor huisvesting en krimpmiddelen is in 2025 een nieuwe bestemmingsreserve gevormd.

De private bestemmingsreserves die in het verleden bij Terra en Drenthe College zijn gevormd, heeft per eind 2025 nog een hoogte van €1,1 miljoen. Deze is opgebouwd uit in het verleden behaalde resultaten uit de private activiteiten.

Kengetallen

Financiële kengetallen 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Solvabiliteit 2 - Norm: 30  71,30   71,60   65,70   52,40   48,60   46,70 
Liquiditeit (current ratio) - Norm: 0,5  1,31   1,07   0,93   1,25   1,32   1,39 

Tot en met 2030 laten de kengetallen het volgende beeld zien:

  • De solvabiliteit daalt door de investering in huisvesting van 71,3 procent in 2025 naar 46,7 procent in 2030. De waarde blijft boven de signaleringsgrens van het ministerie van OCW van 30 procent.
  • De liquiditeit daalt in 2027 tot 0,93 maar stijgt daarna tot 1,39 in 2030. De norm voor de liquiditeit is 0,50 of hoger.
    Indien onttrekking aan de bestemmingsreserve gaat plaatsvinden in de komende jaren, zal dit naar verwachting invloed hebben op de liquiditeit.

Het beleid is erop gericht de organisatie en middelen zo in te richten dat de daling van studenten en leerlingen voor DCTerra geen problemen geeft voor de continuïteit. Aangezien ook politiek bestuurlijke ontwikkelingen grillig kunnen zijn en arbeidsmarkt en onderwijs slecht te voorspellen zijn, is en blijft nauwkeurige monitoring noodzakelijk.

7.2.5 Liquiditeitsprognose 2025 – 2030

x € 1.000
Liquiditeitsprognose 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Saldo liquide middelen per 1-1- 24.301  28.830  22.321  25.309  28.753  32.049 
Resultaat voor interest 12.802  -25  1.585  2.335  2.410  2.700 
Bestemmingsreserve            
             
Investeringen -9.917  -13.000  -17.340  -40.340  -20.340  -15.340 
Desinvesteringen 52 
Afschrijvingen 6.092  7.033  7.848  9.044  10.336  10.614 
Investeringsaftek -769          
             
Aflossingen -4.285  -520  -7.860  -1.700  -2.700  -3.200 
Aantrekken lening   12.000  42.100  15.000  10.000 
             
Ontvangen interest 630  25  -585  -1.835  -2.410  -2.700 
Betaalde interest -204          
             
Mutatie voorzieningen 132 
             
   
Mutatie vorderingen -634 
Mutatie kortlopende schulden 630  -22  7.340  -6.160  1.000  500 
Overige aanpassingen            
             
Saldo liquide middelen per 31-12-  28.830   22.321   25.309   28.753   32.049   34.623 

De meerjarige liquiditeitsprognose voor 2025 – 2030 laat zien dat er sprake is van voldoende liquide middelen. De eindstand van de liquide middelen 2025 van DCTerra is € 28,8 miljoen. De liquide middelen zullen de komende jaren toenemen. Echter is er in dit overzicht geen rekening gehouden met eventuele onttrekking van de bestemmingsreserve.

De mutatie kortlopende schulden fluctueert door de aflossingen die binnen 1 jaar betaald moeten worden.

7.2.6 Intern risicobeheersings- controlesysteem

Om te waarborgen dat de DCTerra doelstellingen effectief en efficiënt worden gerealiseerd in een steeds meer dynamische en complexe omgeving met toenemende risico’s, zijn sturing, verantwoording en toezicht belangrijk. Als leidraad voor goed bestuur hanteert DCTerra de Governancecode BVE. DCTerra voldoet aan de geformuleerde lidmaatschapseisen zoals verwoord in hoofdstuk 3 van de Branchecode goed bestuur in de BVE-sector.

DCTerra beschikt over een samenhangend intern risicobeheersings- en controlesysteem dat is geïntegreerd in de planning- & controlcyclus. Dit systeem is gericht op het realiseren van de doelstellingen, het waarborgen van een betrouwbare financiële verslaggeving en het naleven van wet- en regelgeving. Risico’s worden periodiek geïnventariseerd, beoordeeld en gemonitord, waarbij passende beheersmaatregelen worden getroffen. In 2025 is er binnen DCTerra gewerkt aan de strategische koers ‘Sterk maken 2025-2030’. De strategische koers verbindt alle onderdelen van DCTerra inspirerend met elkaar en borduurt voort op eerder opgestelde documenten uit het fusieproces. Ook de risico’s en het omgaan daarmee maakt integraal onderdeel uit van dit plan.

In 2026 wordt verder gewerkt aan het expliciet identificeren van risico’s, het inzichtelijk maken van de impact en het formuleren en borgen van passende beheersmaatregelen.

Planning & controlcyclus (interne beheersing)

Binnen DCTerra wordt er gestuurd op hoofdlijnen en op basis van een richtinggevende strategische agenda, richtinggevende kaders en governance principes. De managers dragen, binnen deze kaders en principes, integrale managementverantwoordelijkheid voor hun eigen (onderwijs)team, staf of dienst.

Onze begrotingssystematiek is nauw verweven met een beleidsrijke planning- en controlcyclus en vormt daarmee een belangrijk instrument voor interne beheersing. Deze systematiek stelt ons in staat om strategische doelstellingen te vertalen naar concrete financiële kaders en operationele plannen, en om de voortgang daarop systematisch te monitoren en bij te sturen. Zo ontstaat er een logische volgorde in de wijze waarop we van onderop spreken en sturen op onze doelen en ambities.

De cyclus bestaat uit de volgende samenhangende stappen:

  1. Financiële kaderstelling
  2. Begroting en teamplannen: op basis van de centrale kaders stellen onderwijsteams en diensten hun begrotingen en teamplannen op.
  3. Uitvoering en monitoring: tijdens het begrotingsjaar wordt de uitvoering van plannen gevolgd via periodieke rapportages. Deze rapportages geven inzicht in de financiële realisatie ten opzichte van de begroting, de prognoses voor het einde van het jaar en de realisatie van doelen, de inzet van middelen en eventuele afwijkingen. Ze vormen de basis voor gesprekken tussen management en bestuur over voortgang, risico’s en benodigde bijsturing.
  4. Verantwoording en evaluatie: aan het einde van het jaar vindt verantwoording plaats over de behaalde resultaten, zowel financieel als inhoudelijk. Deze evaluatie voedt de beleidsvorming en kaderstelling voor het volgende jaar en sluit de cyclus op een lerende manier af.

De afdeling Planning & Control speelt een centrale rol in het bewaken van deze cyclus. Zij ondersteunt bij het opstellen van kaders, analyseert rapportages, ziet toe op de naleving van de administratieve organisatie, werkprocessen en interne controles (AO/IC) en adviseert over risicobeheersing. Het uiteindelijke doel hiervan is om een rechtmatige en doelmatige besteding van middelen te waarborgen. Daarnaast draagt de vastlegging van werkprocessen en interne controles bij aan een beheerste en transparante uitvoering van de organisatie.

Externe controle vindt plaats door de Onderwijsinspectie en door een externe accountant. De accountant voert jaarlijks een interim-controle uit waarbij de administratieve organisatie en interne beheersing onder de loep worden genomen. De adviezen van de accountant worden opgevolgd en komen terug in de managementrapportage.

Door deze integrale benadering van planning, control en begroting ontstaat een transparant en samenhangend sturingsmodel. Dit stelt ons in staat om wendbaar en verantwoord te opereren in een dynamische onderwijsomgeving, met blijvende aandacht voor kwaliteit, doelmatigheid, risico’s en strategische koersvastheid.

Kwaliteitscyclus DCTerra

In 2026 zal DCTerra gaan werken met een vernieuwde planning en controlcyclus. Deze PDCA cyclus vormt het fundament onder de sturing, verantwoording en het continu verbeteren van de organisatie en verbindt strategie, uitvoering en monitoring op een samenhangende wijze.

Deze PDCA cyclus verbindt de strategische koers (zesjarige horizon) via een tweejarig plan met het jaarplan en deze begroting. De uitvoering vindt plaats binnen de reguliere bedrijfsvoering (run) en ontwikkelopgaven (change), met duidelijk belegd eigenaarschap. De voortgang wordt gevolgd via integrale en actuele stuurinformatie en scorecards en die samenkomen in een integrale instellingsrapportage en waarbij afwijkingen ten opzichte van de begroting en onze doelen en ambities tijdig inzichtelijk worden gemaakt. In rekenschapsgesprekken worden resultaten besproken en waar nodig bijsturingsmaatregelen getroffen. Met deze vernieuwde PDCA cyclus borgt DCTerra dat de begroting niet alleen een financieel kader is, maar een integraal stuurinstrument dat bijdraagt aan doelgerichte uitvoering, transparante verantwoording en continu verbeteren. Zorgvuldigheid in onze processen, sturend op basis van eenduidige data en helder over wat we afspreken en opleveren.

7.2.7 Risicoparagraaf

Studenten- en leerlingenontwikkeling

Voor de prognoses van de studentaantallen van het MBO maken we gebruik van de MBO-planningstool, maar het aantal studenten voor de komende jaren blijft lastig voorspelbaar. Het risico is, ondanks het gebruik van de MBO-planningstool, dat de prognoses in de praktijk af zullen wijken (ofwel naar boven, ofwel naar beneden).

Voor het VO wordt gebruik gemaakt van data vanuit DUO ten aanzien van (toekomstige) uitstroom vanuit het basisonderwijs. Op basis van het marktaandeel van het voedingsgebied waar de verschillende vestigingen zich in bevinden wordt een meerjarenraming gemaakt. Het risico bestaat dat de prognoses in de praktijk af zullen wijken (ofwel naar boven, ofwel naar beneden).

Reorganisatieplan

Vanuit de regio’s, diensten of stafteam zijn in 2024 de deelplannen van de kwartiermakers (DCTerra) samengevoegd tot een reorganisatieplan. Dit vormt het plan voor het inrichten van DCTerra (2024-2027).

Het reorganisatieplan is gemaakt op de gewenste situatie per augustus 2027, waarbij uitgegaan wordt van krimp en teruggang van OBP medewerkers. Het realiseren van dit reorganisatieplan kan als risico aangemerkt worden. Ook rekening houdend met mogelijk kwalitatieve frictie.

Loonkostenontwikkeling

Bij de berekening van de loonkosten is geen rekening gehouden met een loonkostenstijging.
Het risico bestaat dat toekomstige loonstijgingen niet gecompenseerd worden door extra rijksbijdragen en kan leiden tot druk op het begrotingsresultaat.

Inflatie en indexeringen

In de begroting is geen rekening gehouden met inflatie en indexeringen; hogere prijsontwikkelingen kunnen daardoor leiden tot hogere lasten en druk op het begrotingsresultaat.

Grip op bekostiging

Wijzigingen in de bekostigingsparameters (studentenaantallen, wijziging inschrijving opleiding studenten, verschuiving BOL – BBL, aantal diploma’s) brengen het risico met zich mee dat wij niet de volledige rijksbijdrage ontvangen waar we logischerwijs op rekenen. Ook de groei of krimp van andere ROC’s speelt hierbij een rol. De verdeling van de rijksmiddelen naar de ROC’s gaat immers op basis van een verdeelmodel (berekening marktaandeel op basis van T-2).

Huisvesting

Met veel onderwijslocaties en veel vraag om onderhoud en vernieuwing, ligt er op huisvestingsgebied een uitdaging. Er is sprake van een overmaat aan m2 die de komende jaren gereduceerd moet worden, ook dit moet meebewegen. Daarnaast is er ook vraag naar grote huisvestingsinvesteringen, waarbij de betaalbaarheid een issue blijft. Middels een strategisch huisvestingsplan wordt gekeken naar de vastgoedportefeuille van DCTerra. Er wordt een plan gemaakt waarbij de panden kwalitatief geschikt zijn voor het onderwijs en voldoen aan de duurzaamheidseisen, dit alles bij een huisvestingsratio < 15%.

Kwaliteits- en innovatiecultuur

Door de nadruk op innovatie en ambities te leggen is de kans dat de werkdruk in onderwijsteams toeneemt wat ten koste gaat van onderwijskwaliteit en/of dat het onderwijs te duur wordt.

Samenwerking DCTerra, Noorderpoort en Alfa (DNA)

Samenwerking kan ook leiden tot vertraging in de besluitvorming doordat belangen niet direct gelijk worden beleefd. Ook kunnen de verschillende onderwijskundige visies en doelen leiden tot conflicten.

Geopolitieke ontwikkelingen

De aanhoudende geopolitieke spanningen en internationale onrust leiden tot onzekerheden op de mondiale energiemarkten. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot tekorten aan olie en sterke fluctuaties in energieprijzen. De beperkte voorspelbaarheid van prijsontwikkelingen vergroot de onzekerheid over toekomstige investeringen. Hier zal bij het opstellen van de businesscase huisvestingsopgave rekening moeten worden gehouden.

Ontwikkeling rente/interest

DCTerra loopt renterisico op langlopende leningen, voor zover deze een variabele rente kennen of bij herfinanciering opnieuw tegen marktrente moeten worden aangetrokken. Stijgingen van de marktrente kunnen leiden tot hogere rentelasten en daarmee druk zetten op het financiële resultaat en de meerjarige exploitatie.

Cybersecurity

De afhankelijkheid van digitale systemen en cloudoplossingen binnen DCTerra neemt verder toe, waardoor het risico op cyberincidenten significant blijft. Dreigingen zoals ransomware, datalekken en phishingcampagnes worden steeds geavanceerder en kunnen leiden tot verstoring van bedrijfsprocessen, reputatieschade en financiële verliezen. Daarnaast zorgen strengere wet- en regelgeving, zoals de NIS2-richtlijn, voor hogere eisen aan informatiebeveiliging en compliance. Onvoldoende investeringen in preventieve maatregelen, monitoring en bewustwording vergroten de kans op kwetsbaarheden. Het mitigeren van deze risico’s vereist structurele aandacht voor beveiligingsupdates, training van medewerkers en samenwerking met gespecialiseerde partners.

Fraude- en integriteitsrisico’s

DCTerra onderkent dat fraude- en integriteitsrisico’s inherent zijn aan de organisatie, onder meer op het gebied van onrechtmatige besteding van middelen, belangenverstrengeling, misbruik van bevoegdheden en onzorgvuldige omgang met gegevens. Ter beheersing hiervan hanteert DCTerra een samenhangend stelsel van maatregelen. Dit betreft met name: een gedragscode en integriteitsbeleid, een klokkenluidersregeling, functiescheiding en autorisaties in financiële processen (ingericht in AFAS), inkoop- en contractprocedures, interne controle en monitoring binnen de planning- en controlcyclus. Tevens is er beleid voor privacy en informatiebeveiliging. Daarnaast wordt actief ingezet op bewustwording bij medewerkers en een open meldcultuur. Hiermee borgt DCTerra een integere en transparante bedrijfsvoering en worden risico’s tijdig gesignaleerd en beheerst.

7.3Helderheid

Nota Helderheid in de bekostiging van het BVE

Per thema wordt toegelicht op welke wijze DCTerra in 2025 invulling heeft gegeven aan de Nota Helderheid.

1. Uitbesteding

In 2025 had DCTerra één overeenkomst inzake uitbesteding. Deze betreft de Stichting Samenwerkingsverband Praktijkopleidingen Stukadoren Noorden des Lands (StucNoordNederland). De stichting verzorgt voor de noordelijke provincies de opleidingen schilderen en stukadoren.

2. Investeren van publieke middelen in private activiteiten

DCTerra is een onderwijsinstelling met een wettelijke taak waarvoor zij bekostiging ontvangt vanuit publieke middelen. Naast deze wettelijke taak voert DCTerra ook private activiteiten uit. Deze private activiteiten mogen niet ten koste gaan van de bekostigde wettelijke taak. Ook mogen deze activiteiten, op basis van Europese regelgeving, de marktwerking niet verstoren. Tegelijkertijd biedt de overheid ruimte om door private activiteiten en publiek-private samenwerking het bekostigde onderwijs te versterken en maatschappelijke opgaven te ondersteunen.

De beleidsregel Investeren met publieke middelen in private activiteiten is op 9 april 2025 herzien gepubliceerd en met terugwerkende kracht per 1 januari 2025 in werking getreden. In de brief van het ministerie van OCW van 14 oktober 2025 is nadere duidelijkheid gegeven over het kader voor verantwoording en controle vanaf verslagjaar 2025. Deze kaders zijn leidend voor de verantwoording in dit jaarverslag.

De beleidsregel in het kort

Een private activiteit is een activiteit die (mede) onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag wordt uitgevoerd en die niet uitsluitend dient voor de uitvoering van de wettelijk bekostigde taak. Voor investeringen met publieke middelen in private activiteiten gelden de volgende voorwaarden:

  1. De private activiteit is in lijn met de bekostigde wettelijke taak;
  2. De private activiteit levert aantoonbare meerwaarde op voor de bekostigde wettelijke taak;
  3. De investering is proportioneel in relatie tot de beoogde meerwaarde;
  4. De investering leidt niet tot oneerlijke concurrentie;
  5. Een positief resultaat op private activiteiten waarin met publieke middelen is geïnvesteerd leidt tot een toename van het publieke vermogen;
  6. Over de investering wordt transparant verantwoording afgelegd in het bestuursverslag.

De eerder geldende voorwaarde inzake structurele overcapaciteit is met de herziene beleidsregel volledig komen te vervallen.

Verantwoording en controle 2025 en verder

Met de brief van 14 oktober 2025 heeft het ministerie van OCW duidelijkheid gegeven over de toepassing van de beleidsregel in de verantwoording en de controle vanaf verslagjaar 2025. Voor kalenderjaar 2025 en verder geldt dat een aantal private activiteiten is uitgezonderd van de rechtmatigheidscontrole door de accountant. Deze activiteiten lopen niet mee in de accountantscontrole.

DCTerra verantwoordt deze activiteiten wel in het bestuursverslag conform artikel 2.2 van de beleidsregel. Voor deze uitgezonderde activiteiten wordt volstaan met:

  • een inschatting van de totale investering met publieke middelen;
  • een inschatting van de totale kosten per activiteit.

Voor mbo-instellingen betreft dit onder meer activiteiten in het kader van Leven Lang Ontwikkelen (LLO), met uitzondering van contractonderwijs.

Bruto-benadering

Bij de verantwoording van investeringen met publieke middelen wordt de zogenoemde bruto benadering gehanteerd. Dit betekent dat de volledige inzet van publieke middelen wordt verantwoord, ongeacht de omvang van de private baten. Onder publieke middelen wordt ook verstaan de inzet van middelen in natura, zoals personeel en huisvesting die bekostigd worden uit publieke middelen.

Een netto benadering, waarbij uitsluitend het saldo van baten en lasten wordt verantwoord, is niet toegestaan. Ook wanneer kostendekkende of marktconforme tarieven worden gehanteerd, blijft sprake van een investering met publieke middelen die verantwoord dient te worden.

Juridische en organisatorische inbedding

Het College van Bestuur is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleid ten aanzien van investeren met publieke middelen in private activiteiten en voor een transparante verantwoording hierover in het bestuursverslag. De Raad van Toezicht houdt toezicht op voorgenomen en gerealiseerde investeringen.

De directeur bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor het actueel houden van de beleidsnotitie publiek privaat, het bewaken van naleving van wet- en regelgeving en het jaarlijks zorgdragen voor een toereikende verantwoording over dit thema in het bestuursverslag.

De uitvoering en naleving van het beleid zijn belegd bij de verantwoordelijke directeuren, managers en ondersteunende diensten. De private activiteiten zijn integraal opgenomen in de reguliere Planning & Control cyclus, waarmee naleving structureel is geborgd.

De private activiteiten van DCTerra

Door middel van een assessment op alle batentransacties zijn de private activiteiten van DCTerra vastgesteld. Daarbij is de beleidsregel Investeren met publieke middelen in private activiteiten toegepast, evenals de brief van de minister van OCW van 14 oktober 2025. In onderstaande tabel wordt per private activiteit inzicht gegeven in de gerealiseerde baten en de inzet van publieke middelen.
Activiteit Omvang van de baten over 2025 Totale kosten per activiteit Investering vanuit publieke middelen* Saldo 2025 Omvang van de baten over 2024 Investering vanuit publieke middelen Saldo 2024
LLO activiteiten DNA Next € 322.978 € 463.073 € 436.073 € 113.094 € 488.650 € 721.248 € 232.598
LLO activiteiten Terra € 2.309.378 € 2.493.618 € 2.493.618 € 184.240 € 2.287.238 € 2.238.256 € -48.982
Inburgering € 1.055.051 € 1.149.220 € 1.149.220 € 94.169 € 895.593 € 895.593 € 0
Verhuur € 645.428 € 607.765 € 607.765 € -37.664 € 688.994 € 678.450 € -10.543
Detachering personeel € 687.206 € 721.567 € 721.567 € 34.360 € 425.068 € 423.169 € -1.900
Dienstverlening aan derden € 753.872 € 753.872 € 753.872 € 0 € 1.599.183 € 1.599.183 € 0
  € 5.773.913 € 6.189.115 € 6.162.115 € 388.199 € 6.384.726 € 6.555.899 € 171.173

Daarnaast is sprake van een private activiteit inzake kantineopbrengsten. De omvang van de baten over 2025 bedragen € 238.000, de totale kosten per activiteit € 310.000 en investering vanuit publieke middelen € 310.000.

De private activiteiten zijn van meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak

LLO activiteiten

LLO activiteiten zijn van meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak, omdat zij bijdragen aan een betere relatie met werkgevers. Hierdoor ontstaan meer stageplaatsen en leerwerkplekken. Daarnaast leidt de intensievere samenwerking tot beter inzicht in de behoeften van werkgevers, waardoor het onderwijs hier beter op kan worden afgestemd. Tevens dragen LLO activiteiten bij aan de deskundigheidsbevordering van docenten.

Het risico bestaat dat bij de uitvoering van LLO activiteiten sprake kan zijn van oneerlijke concurrentie, omdat DCTerra actief is in een domein waarin ook niet publieke aanbieders opereren. Dit risico wordt beheerst door het hanteren van kostendekkende tarieven.

Binnen DCTerra is de directeur DNA Next verantwoordelijk voor de LLO activiteiten van DNA Next. De directeuren Terra Next en Terra Start zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de overige LLO activiteiten binnen de kaders van de beleidsregel. Als onderdeel van de reguliere Planning & Controlcyclus vinden periodieke financiële en niet financiële analyses plaats om te waarborgen dat wordt voldaan aan de beleidsregel en aan de contractuele afspraken met afnemers van LLO activiteiten. Op deze wijze is de naleving binnen de organisatie geborgd.

De LLO-activiteiten binnen DNA Next laten in 2025 een negatief resultaat zien. Voor de komende
jaren wordt een structureel positief resultaat verwacht. In Noord-Nederland is sprake van een
substantieel marktpotentieel voor Leven Lang Ontwikkelen. In 2025 is verdere professionalisering
van de verkooporganisatie gerealiseerd. Daarnaast is ingezet op langdurige
samenwerkingsverbanden met bedrijven en instellingen. De commerciële activiteiten en de interne
dienstverlening zijn beter ingericht en geborgd. Deze ontwikkeling ondersteunt de verwachting dat
het positieve resultaat structureel van aard is.

Inburgering

Inburgeringsactiviteiten zijn van meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak, omdat zij bijdragen aan inclusiviteit en multiculturele vorming. Daarnaast worden deelnemers voorbereid op instroom in het reguliere onderwijs, wat de reguliere instroom bevordert en daarmee de bekostigde taak versterkt.

Ook bij inburgeringsactiviteiten bestaat het risico op oneerlijke concurrentie, aangezien DCTerra actief is in een markt waar ook andere aanbieders opereren. Het risico op oneerlijke concurrentie
wordt beheerst door vooraf een integrale kostprijs van deze activiteit te berekenen.

Binnen DCTerra is de opleidingsmanager Inburgering verantwoordelijk voor de uitvoering van deze activiteiten binnen de kaders van de beleidsregel. Periodiek vinden financiële en niet financiële analyses plaats om te toetsen of wordt voldaan aan de beleidsregel en aan de contractuele afspraken met de gemeenten die de inburgeringsactiviteiten aan DCTerra hebben gegund. Deze toetsing maakt onderdeel uit van de reguliere Planning & Controlcyclus.

Verhuuractiviteiten

Verhuuractiviteiten zijn van meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak, omdat de (tijdelijke) opbrengsten bijdragen aan de dekking van kosten die samenhangen met de uitvoering van de publieke taak. Hierdoor ontstaat extra financiële ruimte voor het bekostigde onderwijs.

Het risico op oneerlijke concurrentie wordt beheerst door vooraf een integrale kostprijs van deze
activiteit te berekenen.

De manager Facilitair Bedrijf is verantwoordelijk voor de uitvoering van de verhuuractiviteiten binnen de kaders van de beleidsregel. Periodiek vinden financiële analyses plaats om vast te stellen dat wordt voldaan aan de beleidsregel en dat kostendekkende tarieven worden gehanteerd. De opbrengsten en kosten worden verantwoord in de administratie en meegenomen in de reguliere rapportages.

Detachering

Het detacheren van personeel is van meerwaarde voor de bekostigde wettelijke taak, omdat de opbrengsten bijdragen aan de dekking van de kosten van deze taak. Daarnaast leidt detachering tot vergroting van de deskundigheid van medewerkers, die ook binnen het bekostigde onderwijs kan worden ingezet.

Het risico op oneerlijke concurrentie wordt beheerst door vooraf een integrale kostprijs van deze
activiteit te berekenen. Bij publieke detacheringen wordt een administratieve opslag toegepast. Voor private detacheringen worden kostendekkende tarieven gehanteerd.

Binnen DCTerra is de regiodirectie verantwoordelijk voor de uitvoering van de detacheringsactiviteiten en voor het aangaan van rechtsgeldige contracten. De regiodirectie wordt hierbij ondersteund door de afdelingen PSA en Financiën. Periodiek vinden financiële analyses plaats om te toetsen of wordt voldaan aan de beleidsregel en of de tarieven kostendekkend zijn.

Dienstverlening aan derden

Dienstverlening aan derden is van meerwaarde omdat zij de samenwerking met scholen en bedrijven in de regio versterkt. Dit draagt bij aan regionale samenwerking en versterkt daarmee het onderwijs, wat ten goede komt aan de bekostigde wettelijke taak. DCTerra hecht groot belang aan een sterke regionale inbedding.

Het risico op oneerlijke concurrentie wordt beheerst door vooraf een integrale kostprijs van deze
activiteit te berekenen.

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverleningsactiviteiten aan derden binnen de kaders van de beleidsregel en voor het aangaan van rechtsgeldige contracten. Periodiek vinden financiële analyses plaats om te waarborgen dat wordt voldaan aan de beleidsregel en dat kostendekkende tarieven worden gehanteerd.

Kantine opbrengsten

Het merendeel van de kantineverkopen is uitbesteed. Voor zowel twee van onze MBO-locaties als de VO-locaties wordt de kantineverkoop door DCTerra verzorgd. In 2025 bedragen de totale baten voor DCTerra voor deze private activiteit € 238.000.

Deze dienstverlening is van meerwaarde omdat wij bij het VO en deze twee MBO locaties persoonlijke aandacht kunnen geven aan de leerlingen en studenten.

De aangeboden producten worden voor marktconforme prijzen verkocht, om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze activiteiten binnen de kaders van de beleidsregel en voor de prijsbepaling.

Risicobeleid en beheer

DCTerra is zich bewust van de risico’s van mogelijke concurrentievervalsing en van ondoelmatige besteding van publieke middelen. Het risicobeleid en beheer wordt vastgesteld door het College van Bestuur. De hiervoor genoemde verantwoordelijken zijn belast met de uitvoering van dit beleid en worden daarbij ondersteund door de afdeling Planning & Control met relevante sturings en beheersinformatie.

De private activiteiten maken integraal onderdeel uit van de reguliere Planning & Controlcyclus. In de beleidsnotitie Publiek privaat is vastgelegd hoe de financiële borging van de beleidsregel plaatsvindt bij de uitvoering van alle private activiteiten.

Onderbouwing resultaten 2025

LLO activiteiten DNA Next

De LLO activiteiten binnen DNA Next laten in 2025 een negatief resultaat zien. De initiële kostprijs vormt de basis voor de vaststelling van de tarieven. In de beginfase heeft dit geleid tot een beperkte positieve bijdrage aan het resultaat. In de loop van 2025 zijn echter tegenvallers opgetreden, onder andere in de vorm van lagere afzet en hogere kosten dan begroot, waardoor het voorziene resultaat niet is gerealiseerd.

Voor de komende jaren wordt een structureel positief resultaat verwacht. In Noord Nederland is sprake van een substantieel marktpotentieel voor Leven Lang Ontwikkelen, dat gezamenlijk door de drie ROC’s wordt bediend. In 2025 is verdere professionalisering van de verkooporganisatie gerealiseerd. Daarnaast is ingezet op langdurige samenwerkingsverbanden met bedrijven en instellingen. De commerciële activiteiten en de interne dienstverlening zijn beter ingericht en geborgd. Deze ontwikkeling ondersteunt de verwachting dat het positieve resultaat structureel van aard is.

LLO-activiteiten DCTerra (TerraNext, TerraStart en Groene Innovatie)

Binnen Terra Next, Terra Start en Groene Innovatie wordt een breed palet aan cursussen en trainingen aangeboden. Voor de prijsbepaling wordt uitgegaan van een integrale kostprijs. Het uitgangspunt daarbij is het realiseren van een beperkt positief resultaat op jaarbasis. De LLO activiteiten van Terra laten in 2025 een tijdelijk negatief resultaat zien.

Als gevolg van een lagere omzet dan begroot is de dekking van de vaste kosten (met name overhead en huisvestingslasten) echter onvoldoende. Hierdoor is het beoogde resultaat niet gerealiseerd.
Het resultaat is incidenteel en wordt verklaard door een verminderde verkoopfocus als gevolg van langdurige uitval van de verkoopleider, in combinatie met een landelijke omzetdaling binnen de sector gewasbescherming en stijgende loonkosten. Deze omstandigheden worden niet als structureel beoordeeld. Met het herstel van de verkoopcapaciteit, aangescherpte commerciële aansturing en stabilisatie van de markt wordt voor de komende jaren weer een positief resultaat verwacht.

Inburgering

De inburgeringsactiviteiten realiseren in 2025 een negatief resultaat. Dit wordt veroorzaakt door een
relatief hoge inzet van formatie in verhouding tot de gerealiseerde opbrengsten. De relatief hoge
inzet van formatie komt doordat de werkelijke deelnemersaantallen lager zijn dan begroot. Deze
situatie is als ongewenst beoordeeld. In 2026 wordt de inzet van formatie op inburgeringstrajecten
teruggebracht, waarmee wordt toegewerkt naar een structureel kostendekkende uitvoering. Vanaf
2026 wordt een positief resultaat voorzien

Verhuur

De verhuuractiviteiten laten in 2025 een positief resultaat zien. Er is geen sprake van structurele verliezen of onevenredige inzet van publieke middelen. Op basis hiervan bestaat geen aanleiding tot aanvullende maatregelen.

Detachering personeel

In 2025 laat het onderdeel detachering van personeel een licht negatief resultaat zien. Dit wordt
grotendeels verklaard door de doorwerking van cao-ontwikkelingen. De loonstijging uit de cao kon
niet in alle situaties met terugwerkende kracht verwerkt in bestaande detacheringsovereenkomsten.
Het uitgangspunt bij detachering is dat de loonkosten volledig worden doorbelast aan de afnemer.
Daarnaast wordt een opslag gehanteerd voor overhead/ risico-opslag. Hiermee wordt beoogd dat
detacheringen minimaal kostendekkend zijn.

Dienstverlening aan derden

De dienstverlening aan derden is in 2025 resultaatneutraal uitgevoerd. Er wordt geen verlies geleden en er is voldaan aan het uitgangspunt van minimaal kostendekkende exploitatie.

Kantine opbrengsten

De kantine opbrengsten realiseren in 2025 een negatief resultaat. Dit wordt veroorzaakt door een
relatief hoge inzet van formatie in verhouding tot de relatief lage opbrengsten. In 2026 wordt onderzoek gedaan naar de cateringactiviteiten.

Conclusie

De toelichting per activiteit laat zien dat eventuele negatieve resultaten in 2025 verklaarbaar en veelal incidenteel van aard zijn, dan wel worden gecorrigeerd met gerichte maatregelen. De initiële kostprijs ligt ten grondslag aan de tarieven die in rekening worden gebracht. Uitgangspunt hierbij is dat de private activiteiten ten minste kostendekkend worden uitgevoerd, met waar mogelijk een beperkte positieve marge. Daarmee wordt geborgd dat de private activiteiten van DC Terra voldoen aan artikel 2.1 lid c en d en dat structurele verliesgevendheid wordt voorkomen.

3. Het verlenen van vrijstellingen

DCTerra beschikt niet over een eigen fonds voor les en cursusgelden. Alle opleidingen zijn zodanig ingericht dat minimaal wordt voldaan aan de 850 uren norm. Via interne audits wordt bewaakt dat deze norm wordt gerealiseerd.

Voor het verlenen van vrijstellingen in het kader van Eerder Verworven Competenties (EVC) zijn procedures opgesteld waarmee gewaarborgd wordt dat plaatsing van studenten conform de geldende regelgeving gebeurt.

4. Les- en cursusgeld niet betaald door de student zelf

Uitgangspunt is dat studenten het cursusgeld zelf betalen. Indien een derde het cursusgeld voldoet, wordt dit schriftelijk vastgelegd en ondertekend door zowel de student als de betreffende derde partij.

5. Uitstroom studenten relatief kort na 1 oktober en 1 februari

Uitschrijvingen gedurende oktober 2025 zijn conform de regels afgehandeld. DCTerra monitort maandelijks de ontwikkeling van studentenaantallen en de timing van uitschrijvingen, met specifieke aandacht voor de periode direct na de teldata.

Uit- en doorstroom 1 okt 25 tot 1 feb 26  
Gediplomeerde doorstroom 245
Gediplomeerde uitstroom 238
Uitval 274
Uit- en doorstroom 1 feb 26 tot 1 mrt 26  
Gediplomeerde doorstroom 189
Gediplomeerde uitstroom 52
Uitval 43

6. Studenten die tijdens het schooljaar veranderen van opleiding

Studenten worden altijd ingeschreven op de opleiding die zij daadwerkelijk volgen. Het tussentijds veranderen van opleiding is niet volledig te voorkomen. Op basis van de twee teldata (1 oktober 2025 en 1 februari 2026) hebben in totaal 225 studenten van opleiding gewisseld, waarvan 92 studenten zijn ingeschreven in een ander BC-code (Beroepsopleiding code) per 1 februari 2026.

7. Bekostiging van maatwerktrajecten ten behoeve van bedrijven

DCTerra heeft in 2025 geen maatwerktrajecten voor bedrijven verzorgd die als meerwerk ten opzichte van het reguliere onderwijsprogramma worden beschouwd.

8. Buitenlandse studenten en onderwijs in het buitenland

Van buitenlandse studenten wordt vastgesteld dat deze rechtmatig in Nederland verblijven. Het onderwijs dat door DCTerra wordt verzorgd, inclusief de examinering, vindt volledig plaats in Nederland. Met regelmaat volgt een aantal studenten de beroepspraktijkvorming (stage) in het buitenland, onder voorwaarden dat de stageplek is geaccrediteerd voor de betreffende bekostigde opleiding.

7.4Jaarrekening

A.1.1. Balans per 31 december 2025

(na resultaatbestemming)
(in €)
    31 december 2025 31 december 2024
1 Activa        
           
  Vaste activa        
1.1 Immateriële vaste activa  4.214     6.442   
1.2 Materiële vaste activa  86.594.117     82.087.514   
  Totaal vaste activa    86.598.331     82.093.956 
           
  Vlottende activa        
1.5 Vorderingen  6.119.453     5.515.791   
1.7 Liquide middelen  28.830.162     24.301.560   
  Totaal vlottende activa    34.949.615     29.817.351 
           
  Totaal activa    121.547.946     111.911.307 
           
2 Passiva        
           
2.1 Eigen vermogen  78.370.839     65.131.276   
2.2 Voorzieningen*  8.274.566     8.142.966   
2.3 Langlopende schulden  8.249.950    8.827.355   
2.4 Kortlopende schulden*  26.652.592     29.809.710   
           
  Totaal passiva    121.547.946     111.911.307 
*De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling”.

De toelichtingen in paragraaf 7.4.2 “Toelichting balans” en paragraaf 7.4.3 “Toelichting Staat van baten en Lasten” maken integraal deel uit van deze jaarrekening.

A.1.2. Staat van baten en lasten 2025

Bedragen (in €)
    REALISATIE 2025 BEGROTING 2025 REALISATIE 2024
3 Baten      
3.1 Rijksbijdragen  160.460.167   148.338.500   148.760.190 
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies*  3.128.924   3.328.700   3.499.921 
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden  1.439.375   1.529.600   1.578.687 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  4.498.331   4.953.600   4.547.171 
3.5 Overige baten*  5.848.727   3.185.400   6.512.401 
  Totaal baten  175.375.523   161.335.800   164.898.370 
         
4 Lasten      
4.1 Personele lasten  128.956.248   125.762.000   130.478.654 
4.2 Afschrijvingen  6.091.131   7.930.900   6.847.300 
4.3 Huisvestingslasten  11.839.828   12.373.100   12.147.421 
4.4 Overige lasten  15.686.401   15.319.800   15.616.567 
  Totaal lasten  162.573.608   161.385.800   165.089.942 
         
  Saldo baten en lasten  12.801.915   -50.000   -191.572 
         
5 Financiële baten en lasten  437.648   50.000   529.224 
         
  Totaal resultaat  13.239.563   -   337.652 
*De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van
activa en passiva en resultaatbepaling”.

De toelichtingen in paragraaf 7.4.2 “Toelichting balans” en paragraaf 7.4.3 “Toelichting Staat van baten en Lasten” maken integraal deel uit van deze jaarrekening.

A.1.3 Kasstroomoverzicht 2025

(x € 1.000)
    2025 2024
  Kasstroom uit operationele activiteiten        
  Saldo van baten en lasten    12.802    -192
           
  Aanpassingen voor:        
4.2 Afschrijvingen  6.092     7.933   
  Mutaties voorzieningen* 132    -649   
  Herwaardering activa    -981   
  Investeringsaftrek  -769     -145   
  Overige aanpassingen    
1.5 Saldo mutaties vorderingen -634    231   
2.4 Saldo mutatie schulden*  630     -390   
  Kasstroom uit bedrijfsoperaties    5.451     5.999 
           
5.1 Ontvangen interest 630    636   
5.5 Betaalde interest  -204     -237   
       426     399 
           
  Totaal kasstroom uit operationele activiteiten    18.679     6.207 
           
  Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
1.1 Investeringen immateriële vaste activa    
1.2 Investeringen materiële vaste activa  -9.917     -6.292   
  Desinvesteringen in immateriële vaste activa    
  Desinvesteringen in materiële vaste activa 52    786   
           
  Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten    -9.864     -5.506 
           
  Kasstroom uit financieringsactiviteiten        
2.3 Nieuw opgenomen leningen    
2.3 Aflossing langlopende schulden -4.285     -1.477   
           
  Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten   -4.285     -1.477 
           
  Saldo liquide middelen 01-01    24.301     25.077 
  Saldo liquide middelen 31-12    28.830     24.301 
           
1.7 Mutatie liquide middelen    4.529     -776 
*De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling”.

De toelichtingen in paragraaf 7.4.2 “Toelichting balans” en paragraaf 7.4.3 “Toelichting Staat van
baten en Lasten” maken integraal deel uit van deze jaarrekening.

7.4.1 Grondslagen voor de jaarrekening

Waarderingsgrondslagen van de activa en passiva

Algemene toelichting

Stichting Drenthe College Terra (hierna genoemd ‘de stichting’ of ‘DCTerra’) is statutair gevestigd in de gemeente Assen en bij de Kamer van Koophandel geregistreerd onder nummer 41020699. De stichting heeft tot doel, in het bijzonder voor de provincies Groningen, Drenthe en Friesland:

  1. het zo optimaal mogelijk verzorgen, verder ontwikkelen en uitbouwen van een samenhangend geheel van opleidingsmogelijkheden en maatschappelijke vorming voor jongeren en volwassen, zodat zij worden voorbereid op hun toekomst in de maatschappij. Studenten, zowel jongeren als volwassen, dienen te worden gekwalificeerd voor de uitoefening van een beroep, voor deelname aan de maatschappij en voor doorstroom naar een hoger onderwijsniveau, de drievoudige kwalificatie;
  2. het verzorgen en bevorderen van een breed palet van kwalitatief hoogwaardig (groen) beroepsonderwijs, volwasseneducatie en ander voortgezet onderwijs;
  3. het bevorderen en verzorgen van opleidingen beroepsonderwijs en het ontwikkelen en bevorderen van andere onderwijsactiviteiten, het contractonderwijs daaronder begrepen, onder meer ten behoeve van een leven lang ontwikkelen (LLO);
  4. al hetgeen hiermee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, direct of indirect, alles in de ruimste zin van het woord.

Deze jaarrekening bevat de financiële informatie van DCTerra.

Toegepaste Standaarden

De jaarrekening is opgesteld conform de ‘Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs’. Voor de inrichting van de jaarrekening gelden de inrichtingsvereisten van Titel 9 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. In het bijzonder is RJ 660 van toepassing voor onderwijsinstellingen.

Verslaggevingsperiode

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2025.

Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Verbonden partijen

Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen DCTerra en een natuurlijk persoon of entiteit die verbonden is met DCTerra. Dit betreffen onder meer de relaties tussen DCTerra, de bestuurders en de functionarissen op sleutelposities. Onder transacties wordt verstaan een overdracht van middelen, diensten of verplichtingen, ongeacht of een bedrag in rekening is gebracht.

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

Algemeen

De cijfers over 2024 zijn geherrubriceerd teneinde vergelijkbaarheid met 2025 mogelijk te maken. Het betreft de volgende herrubricering:

Een bedrag van € 250.234 is verplaatst van de kortlopende schulden naar de voorzieningen, aangezien de omvang en het moment van afwikkeling van deze verplichting per balansdatum onzeker zijn. Deze herrubricering heeft geen impact op het resultaat of het eigen vermogen van 2024.

Een bedrag van € 1.178.295 is verplaatst van de overige baten (3.5) naar de overige overheidsbijdrage (3.2). Deze herrubricering heeft geen impact op het resultaat of het eigen vermogen van 2024.

Activa en passiva
Activa en passiva worden gewaardeerd tegen historische kostprijs, tenzij in de verdere grondslagen anders is vermeld. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen die verwijzen naar de toelichting.

Een actief wordt in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen aan DCTerra zullen toekomen en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die niet aan deze criteria voldoen, worden niet in de balans opgenomen maar aangemerkt als niet in de balans opgenomen activa.

Verplichtingen
Verplichtingen worden in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat de afwikkeling zal leiden tot een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van deze verplichtingen betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die niet aan deze criteria voldoen, worden niet in de balans opgenomen maar verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen.

Een actief of verplichting blijft in de balans opgenomen indien een transactie niet leidt tot een wezenlijke wijziging in de economische realiteit met betrekking tot het betreffende actief of de betreffende verplichting. In dat geval worden geen resultaten verantwoord. Bij de beoordeling hiervan wordt uitgegaan van economische voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijs niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen.

Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien door een transactie alle of nagenoeg alle rechten, economische voordelen en risico’s zijn overgedragen aan een derde. De resultaten van een dergelijke transactie worden direct verantwoord in de staat van baten en lasten, rekening houdend met eventueel te treffen voorzieningen. Indien activa worden opgenomen waarvan de stichting niet het juridisch eigendom bezit, wordt dit in de toelichting vermeld.

Baten en lasten
Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden verantwoord zodra sprake is van een toename van het economisch potentieel die betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verantwoord zodra sprake is van een afname van het economisch potentieel waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Valuta en afrondingen
De jaarrekening wordt opgesteld in euro’s, zijnde de functionele valuta van de stichting. Bedragen in de hoofdoverzichten zijn afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal. Bedragen in de toelichting worden weergegeven in hele euro’s, tenzij anders vermeld.

Schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen is het nodig dat het management van de instelling over verschillende zaken zich een oordeel vormt en dat het management schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De waarderingsgrondslag van personele voorzieningen is naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereist schattingen en veronderstellingen. De schattingen en veronderstellingen worden toegelicht bij de toelichting van de voorzieningen.

Financiële instrumenten

DCTerra kent de volgende financiële instrumenten: debiteuren en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen, crediteuren en overig schulden. Zij heeft geen afgeleide financiële instrumenten. Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten (en afzonderlijke componenten van financiële instrumenten) worden in de jaarrekening gepresenteerd met de economische realiteit van de contractuele bepalingen. Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

Bepaling reële waarde

De reële waarde van een financieel instrument is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en van elkaar onafhankelijk zijn. De reële waarde van niet-beursgenoteerde financiële instrumenten wordt bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een disconteringsvoet die gelijk is aan de geldende risicovrije marktrente voor de resterende looptijd vermeerderd met krediet- en liquiditeitsopslagen.

Debiteuren en overige vorderingen

De voorziening dubieuze debiteuren wordt per debiteur bepaald.

Vorderingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Dit gebeurt op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waarderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de staat van baten en lasten verwerkt.

Debiteuren die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering worden collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de stichting historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen en de stijging van het aantal betalingsachterstanden van meer dan 30 dagen in de portefeuille. De uitkomsten worden bijgesteld als de stichtingsleiding van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. De boekwaarde van vorderingen wordt verminderd met de voorziening voor dubieuze debiteuren. Vorderingen die niet incasseerbaar zijn worden afgeboekt van de voorziening. Andere toevoegingen en onttrekkingen aan de voorziening worden in de staat van baten en lasten verantwoord.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de staat van baten en lasten verwerkt. Bij vervroegde aflossingen wordt de in rekening gebrachte boeterente verwerkt in de verlies- en winstrekening als financiële baten en lasten. Voor alle langlopende leningen zijn zakelijke zekerheidsstellingen verstrekt.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. Schulden wordt als kortlopend verantwoord op het moment dat deze binnen 12 maanden na balansdatum kunnen worden opgeëist en onder langlopende schulden als dit niet het geval is.

Saldering van financiële instrumenten

Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen.

Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, wordt het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Waarderingsgrondslagen balans

Immateriële vaste activa

De uitgaven na eerste verwerking van een gekocht of zelf vervaardigd immaterieel vast actief worden toegevoegd aan de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs als het waarschijnlijk is dat de uitgaven zullen leiden tot een toename van de verwachte toekomstige economische voordelen en de uitgaven en de toerekening aan het actief op betrouwbare wijze kunnen worden vastgesteld. Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor activering worden de uitgaven verantwoord als kosten in de staat van baten en lasten.

De immateriële vaste activa bestaat uit software.

De immateriële vaste activa wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur. De afschrijvingstermijnen bedragen voor software 4 jaar.

Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de stichting en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de stichting en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De waardering van de materiële vaste activa geschiedt op basis van verkrijgingprijs of vervaardigingprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. De kostprijs van de activa die door de stichting in eigen beheer zijn vervaardigd, bestaat uit de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de vervaardiging. Verder omvat de vervaardigingsprijs een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat kan worden toegerekend aan de vervaardiging van de activa. Op de materiële vaste activa wordt lineair afgeschreven gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting.

Op terreinen en gebouwen in aanbouw wordt niet afgeschreven.

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd als zij de gebruiksduur van het object verlengen. De kosten van groot onderhoud worden verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat bij de uitvoering van het onderhoud deze kosten worden verwerkt in de balans als materieel vast actief, indien aan de activeringscriteria wordt voldaan. Het actief wordt opgesplitst in één of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Overige onderhoudsuitgaven worden direct in de resultatenrekening verwerkt. Activeren van gebouwen en groot onderhoud vindt plaats voor investeringen met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs vanaf
€ 5.000.

Activeren van de overige vaste activa (inventaris/ICT) vindt plaats voor investeringen met een verkrijgings- of vervaardigingsprijs vanaf € 2.500. Op materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

De levensduur en het afschrijvingspercentage van de (im-)materiële vaste activa is als volgt: Afschrijvingstermijn in jaren en percentage.

Activum Afschrijvingstermijn in jaren Percentage
Gebouden 40 2,50%
Semi permanente gebouwen / verbouwingen 20 5%
Zonnepanelen en installaties 12 8,33%
Onderhoud 10 10%
Inventaris (incl. machines) 10 10%
Overige vaste bedrijfsmiddelen 5 20%
ICT 4 25%
Software 4 25%

Investeringssubsidies

Investeringssubsidies welke betrekking hebben op de materiële vaste activa worden in mindering gebracht op de materiële vaste activa (vooruit ontvangen investeringssubsidies); de vrijval van de investeringssubsidies wordt gecorrigeerd op de afschrijvingen.

Bijzondere waardeverminderingen

Voor materiële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogte van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te bepalen voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom-genererende eenheid waartoe het actief behoort.

Wanneer de boekwaarde van een actief of een kasstroom-genererende eenheid hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst-en-verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief.

Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd. Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom genererende eenheid) geschat.

Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of kasstroom-genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardevermindering voor het actief (of kasstroom-genererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Onderhanden projecten

De post onderhanden projecten bestaat uit het saldo van gerealiseerde projectkosten (kosten die direct betrekking hebben op het project, kosten die toerekenbaar en toewijsbaar zijn aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend). Het saldo wordt per project bepaald. De toerekening van opbrengsten, kosten en winstneming op onderhanden projecten geschiedt naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het werk (‘percentage of completion’-methode). De mate waarin prestaties van een onderhanden project zijn verricht wordt bepaald aan de hand van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten.

Verwerking vindt plaats zodra een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het resultaat van een onderhanden project.

Vlottende Activa

Vorderingen

De grondslag voor de waardering van vorderingen zijn beschreven in paragraaf 7.4.1; financiële instrumenten.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kasgelden, banktegoeden en direct opeisbare deposito's met een looptijd korter dan twaalf maanden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen Vermogen

Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve, de publieke en private bestemmingsreserves gepresenteerd.

De algemene reserve staat ter vrije beschikking van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, die door het bestuur is aangebracht. Reserves die aantoonbaar zijn opgebouwd uit private middelen worden als bestemmingsreserve privaat gerubriceerd.

Algemene Reserve

De Algemene reserve is per 31 december 2025 gevormd uit de resultaten tot en met het boekjaar 2024 van voormalig DC en Terra.

Bestemmingsreserves

Per 31 december 2025 is de bestemmingsreserve Huisvesting gevormd bij DCTerra ter financiering van toekomstige, grote uitgaven of investeringen in het kader van huisvestingsplannen.

Een toelichting op de bestemmingsreserves wordt weergegeven in het verloopoverzicht van de bestemmingsreserves in de jaarrekening.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van:

  • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden;
  • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en
  • het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is.

Indien de tijdswaarde van geld materieel is en de periode waarover de uitgaven contant worden gemaakt meer dan een jaar is, worden voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de beste schatting van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen. Dit is van toepassing op de voorzieningen wachtgeld, ambtsjubilea, langdurig zieken en seniorenverlof. Discontering vindt plaats op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die de actuele marktrente weergeeft (hierna: rekenrente). De rekenrente bedraagt 2,966% (2024: 2,612%) (gemiddelde rente op 10-jaars staatsobligatie Nederland per 31 december 2025) .

Voorziening wachtgeld
De voorziening wachtgeld is voor wachtgeldverplichtingen ten aanzien van voormalig personeel. Er wordt rekening gehouden met een blijfkans gelet op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Jubileumvoorziening

De jubileumvoorziening heeft betrekking op toekomstige jubileumuitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks bepaald op basis van de verwachte verplichtingen. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met de wettelijke pensioenleeftijd en de blijfkans.

Uitgangspunten bij de berekening:

  1. Op basis van ervaringscijfers wordt per categorie dienstverband een prognose gemaakt van de kans dat medewerkers in dienst blijven.
  2. De berekening is gebaseerd op het huidige salaris van de betrokken medewerkers.
  3. De duur van het dienstverband op het moment van berekening wordt als uitgangspunt genomen.
  4. De individuele berekening loopt tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van 67 jaar.
  5. Wanneer bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd het aantal dienstjaren 37, 38 of 39 betreft, wordt de gratificatie uitgekeerd naar rato van het aantal dienstjaren.
  6. Er wordt rekening gehouden met een jaarlijkse loonkostenstijging van 2 procent.
  7. De voorziening wordt bepaald op basis van de netto contante waarde, waarbij de gehanteerde marktrente is verlaagd van 4 procent naar 2,61% procent.

Voorziening langdurig zieken

De voorziening langdurig zieken is voor de verplichting ten aanzien van toekomstige betalingen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Voorziening seniorenverlof

De voorziening seniorenverlof is voor de verplichting tot het in de toekomst nog op te nemen verlof die ontstaat bij toekomstige deelname van medewerkers aan deze regeling en de verplichting aan huidige deelnemers aan de regeling.

Voorziening WAB tijdelijk contract

Op grond van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingangsdatum 1 januari 2019) hebben werknemers met tijdelijke contracten recht op een transitievergoeding bij ontslag vanaf de eerste werkdag. De voorziening is gevormd voor contracten die vóór balansdatum zijn afgesloten en waarvan de intentie aanwezig is om deze na balansdatum niet te verlengen.

Voorziening ontslagvergoeding

Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Waardering van ontslagvergoedingen vindt plaats tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen.

Langlopende schulden

De waardering van langlopende schulden is toegelicht in paragraaf 7.4.1; financiële instrumenten.

Kortlopende schulden

De waardering van kortlopende schulden is toegelicht in paragraaf 7.4.1; financiële instrumenten.

Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Algemeen

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Opbrengstenverantwoording

Rijksbijdragen en overige overheidsbijdragen en subsidies

Rijksbijdragen, overige overheidsbijdragen en subsidies overige overheden uit hoofde van de basisbekostiging worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft, volledig verwerkt als baten in de staat van baten en lasten. Indien deze bestedingen betrekking hebben op een specifiek doel en sprake is van bestedingsverplichtingen, dan worden deze naar rato van de verrichte werkzaamheden als baten verantwoord.

Indien toegekende gelden betrekking hebben op een specifiek doel, maar geen sprake is van bestedingsverplichtingen, worden de ontvangen gelden als bate verantwoord in het jaar waarop de gelden betrekking hebben, tenzij toerekening naar schooljaar plaats vindt (i.p.v. kalenderjaar) of tenzij sprake is van een concreet bestedingsplan voor de periode na balansdatum

College-, cursus-, les- en examengelden

Deze worden toegerekend aan het jaar waarin deze worden gefactureerd of verdeeld over schooljaar dat loopt van 1 augustus tot en met 31 juli, waarbij ervan uitgegaan is dat reguliere onderwijs- en onderzoekstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn gespreid.

Baten werk in opdracht van derden

Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. Hieronder worden de opbrengsten uit niet onder de primaire bekostiging vallend onderwijs verantwoord. Baten van werk in opdracht van derden worden ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht in de periode waarin deze baten gerealiseerd zijn.

Overige baten

Overige opbrengsten bestaan uit verhuur, detachering en overige baten Opbrengsten uit hoofde van verleende diensten worden in de staat van baten en lasten als baten opgenomen naar rato van het stadium van voltooiing van de transactie op verslagdatum.

Kostenverantwoording

Personeelslasten

Onder personeelslasten is begrepen de in het boekjaar verschuldigde salarissen, sociale lasten, pensioenpremies, inleenkrachten en overige personeelskosten verminderd met de ontvangen uitkeringen van sociale fondsen.

Voor de beloningen met opbouw van rechten, waaronder vitaliteitsregelingen waarbij op basis van de economische realiteit is geoordeeld dat sprake is van opbouw van rechten, sabbatical leave en transitievergoedingen worden de verwachte lasten gedurende het dienstverband in aanmerking genomen. Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.Indien een beloning wordt betaald, waarbij geen rechten worden opgebouwd (bijvoorbeeld doorbetaling in geval van ziekte of arbeidsongeschiktheid) worden de verwachte lasten verantwoord in de periode waarover deze beloning is verschuldigd. Voor op balansdatum bestaande verplichtingen tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen (inclusief ontslag¬vergoedingen) aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten door ziekte of arbeidsongeschikt¬heid wordt een voorziening opgenomen.

De verantwoorde verplichting betreft de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichting op balansdatum af te wikkelen. De beste schatting is gebaseerd op contractuele afspraken met personeelsleden (cao en individuele arbeidsovereenkomsten). Toevoegingen aan en vrijval van verplichtingen worden ten laste respectievelijk ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht.

Pensioenen

Voor de medewerkers van DCTerra is een pensioenregeling getroffen die kwalificeert als een toegezegde pensioenregeling. Deze pensioenregeling is ondergebracht bij het Stichting Bedrijfspensioenfonds ABP. Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies. De risico’s van loonontwikkeling, prijsindexatie en beleggingsrendement op het fondsvermogen zullen mogelijk leiden tot toekomstige aanpassingen in de jaarlijkse bijdragen aan het pensioenfonds. Deze risico’s komen niet tot uitdrukking in een in de balans opgenomen voorziening. Informatie over eventuele tekorten en de gevolgen hiervan voor DCTerra voor de pensioenpremies in de toekomstige jaren is niet beschikbaar. De dekkingsgraad van het ABP Pensioenfonds bedroeg in december 2025 123,5 (2024 111,9) procent (kritische ondergrens is 90 procent). Volgens de Pensioenwet moet een pensioenfonds buffers aanhouden om de pensioenen in de toekomst te betalen.

De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terug storting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Waardering van ontslagvergoedingen vindt plaats tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen.

Afschrijvingen

Op (im-)materiële vaste activa, behoudens terreinen, wordt afgeschreven op basis van de verkrijgings - vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte gebruiksduur.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.

Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de overige baten respectievelijk onder overige lasten.

Operationele leasing
 
Bij DCTerra zijn er leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij DCTerra ligt. Deze contracten worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.

Financiële baten en lasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Belastingen – vennootschapsbelasting

Omdat de activiteiten van DCTerra nagenoeg uitsluitend bestaan uit het verrichten van publiek bekostigd onderwijs, valt zij onder de toepassing van de onderwijsvrijstelling en is zij niet vennootschapsbelastingplichtig.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Investeringsactiviteiten zijn toegespitst op de (des-)investeringen in (im-)materiële vaste activa.

Gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.
Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

In de niet uit de balans blijkende verplichtingen worden voorwaardelijke verplichtingen, niet verwerkte verplichtingen of meerjarige financiële verplichtingen opgenomen die niet in de balans zijn opgenomen, maar wel onontbeerlijk zijn voor het inzicht dat de jaarrekening dient te bieden.

7.4.2 Toelichting balans

Vaste Activa

Bedragen in €
  Vaste activa Aanschafprijs Afschrijvingen cumulatief 1-1-2025 Boekwaarde 01-01-2025 Investeringen Des-investeringen Herrubricering Afschrijving desinvestering Afschrijvingen Aanschafprijs Afschrijving cumulatief 31-12-2025 Boekwaarde 31-12-2025  
1.1 Immateriële vaste activa                        
1.1.2 Consessies, vergunningen en rechten van intelectuele eigendom  356.917   350.475   6.442   -   -   -   -   2.229   356.917   352.704   4.214   
  Immateriële vaste activa  356.917   350.475   6.442   -   -   -   -   2.229   356.917   352.704   4.214   
                           
1.2 Materiële vaste activa                        
1.2.1 Gebouwen en terreinen                        
1.2.1.1 Gebouwen  150.553.704   92.439.917   58.113.787   744.449   -   -   -   2.327.100   151.298.153   94.767.017   56.531.136   
1.2.1.2 Terreinen  17.187.494   3.894.998   13.292.496   -   -   -   -   -   17.187.494   3.894.998   13.292.496   
                           
1.2.2 Inventaris en apparatuur  59.996.205   51.640.407   8.355.798   2.575.814   -36.150   1.132.008   -   2.551.870   63.667.877   54.192.277   9.475.600   
                           
1.2.3 Installaties  -   -   -   804.570   -   1.141.580   -   1.118.722   1.946.150   1.118.722   827.429   
                           
1.2.4 Overige vaste bedrijfsmiddelen  1.296.750   1.130.376   166.374   40.099   -18.740   -   -2.428   62.911   1.318.109   1.190.859   127.250   
                           
1.2.5 In uitvoering en vooruitbetaling                        
1.2.5.1 Investeringsaftrek  -2.193.518   -1.424.390   -769.128   -   2.193.518   -   -1.424.390   -   -   -   -   
1.2.5.2 Gebouwen in aanbouw  2.928.090   -   2.928.090   6.204.806   -519.102   -2.273.588   -   -   6.340.206   -   6.340.206   
  Materiële vaste activa  229.768.725   147.681.308   82.087.417   10.369.739   1.619.526   -   -1.426.818   6.060.603   241.757.990   155.163.873   86.594.117   

De verzekerde geïndexeerde (vervangings-)waarde van gebouwen en inventaris bedraagt € 299.763.959 (2024: € 297.417.560).

De WOZ-waarde van de panden in eigendom, vastgesteld per peildatum januari 2025, bedraagt € 98.224.000 (2024: € 99.727.000).

Vlottende activa

1.5 VORDERINGEN 31 december 2025 31 december 2024
1.5.1 Debiteuren  3.098.743   1.677.195 
1.5.5 Studenten/deelnemers/cursisten  763.346   929.017 
1.5.7 Overige vorderingen  2.475   316.399 
1.5.8 Overlopende activa  2.293.081   2.669.515 
1.5.9 Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid  -38.192   -76.335 
  Totaal vorderingen  6.119.453   5.515.791 
       
  Voorziening wegens oninbaarheid:    
1.5.9.1 Stand per per 1 januari  -76.335   -84.480 
  Dotatie  -1.071   -940 
  Vrijval  37.155   - 
1.5.9.2 Onttrekking  2.059   9.085 
  Saldo voorziening oninbaarheid  -38.192   -76.335 

De voorziening voor dubieuze debiteuren wordt bepaald op basis van de totale openstaande posten op studenten, waarbij een dekkingsgraad van 5% wordt gehanteerd.

Het totale vorderingssaldo is in 2025 met € 0,6 miljoen toegenomen. De post Debiteuren is met € 1,4 miljoen gestegen, terwijl de vorderingen op studenten, deelnemers en cursisten (post 1.5.5) juist zijn afgenomen. Daarnaast is sprake van een daling van € 0,3 miljoen binnen de Overige vorderingen (post 1.5.7).

De Overlopende activa (post 1.5.8) omvatten diverse vooruitbetaalde kosten, waaronder licenties. Alle vorderingen hebben een looptijd van minder dan één jaar.

1.7 LIQUIDE MIDDELEN 31 december 2025 31 december 2024
1.7.1 Kasmiddelen  32.137  29.975
1.7.2 Tegoeden op bankrekeningen  28.798.025  24.271.585
  Totaal liquide middelen 28.830.163 24.301.560
       
  Saldo 1 januari 2025 24.301.561 25.077.281
  Mutatie 2025 4.528.602 -775.720
  Saldo 31 december 2025 28.830.163 24.301.561
De liquide middelen zijn toegenomen en bestaan uit kas- en banktegoeden met een looptijd van minder dan één jaar. Deze middelen zijn volledig vrij beschikbaar voor DCTerra.

DCTerra maakt gebruik van schatkistbankieren, waarbij de publieke middelen worden beheerd via het Ministerie van Financiën. Conform het zero balancing principe worden de saldi op de DCTerra bankrekeningen aan het einde van elke dag automatisch overgeboekt naar, dan wel aangevuld vanuit, de rekening courant bij de schatkist.

PASSIVA

Eigen vermogen
2.1 EIGEN VERMOGEN Saldo per 1-1-2025 Bestemming resultaat 2025 Saldo per 31-12-2025 Saldo per 1-1-2024 Bestemming resultaat 2024 Saldo per 31-12-2024
2.1.1 Algemene reserve 63.502.007 -388.200 63.113.807 56.206.501 7.295.506 63.502.007
               
2.1.2 Bestemmingsreserve (privaat) DNA Next 593.856 0 593.856 593.856 0 593.856
2.1.2 Bestemmingsreserve (privaat) TerraNext 550.487 0 550.487 550.487 0 550.487
               
2.1.3 Bestemmingsreserve Huisvesting 0 12.057.386 12.057.386 0 0 0
2.1.3 Bestemmingsreserve Krimpmiddelen 0 2.055.305 2.055.305      
2.1.3 Bestemmingsreserve Change 484.927 -484.927 0 3.415.537 -2.930.610 484.927
               
2.1.4 Bestemmingsfonds (publiek) 0 0 0 4.027.244 -4.027.244 0
               
  Totaal Eigen vermogen 65.131.277 13.239.563 78.370.840 64.793.625 337.652 65.131.277

DCTerra heeft over 2025 een positief resultaat uit reguliere bedrijfsvoering gerealiseerd van € 13.239.562. Dit resultaat is als volgt bestemd:

Voorstel bestemming van het exploitatieresultaat
Resultaat 2025:  € 13.239.563 
   
Onttrekking aan bestemmingsreserve Change  € -484.927 
Onttrekking aan Algemene reserve  € -388.200 
   
Toevoegen aan bestemmingsreserve Krimpmiddelen  € 2.055.305 
Toevoegen aan bestemmingsreserve Huisvesting  € 12.057.386 
   
   € 13.239.563 
2.1.1 Algemene reserve

De onttrekking aan de algemene reserve heeft betrekking op het gerealiseerde resultaat van private activiteiten die gedeeltelijk zijn gefinancierd met publieke middelen.

2.1.2 Bestemmingsreserve private gelden:

Deze reserves zijn gevormd in het kader van de vereiste scheiding tussen publieke en private middelen. De middelen maken geen deel uit van het publieke domein en worden aangewend ter afdekking van eventuele negatieve resultaten op private activiteiten, voor zover deze volledig (100%) zijn gefinancierd met private middelen.

2.1.3 Bestemmingsreserve Huisvesting

Per 31 december 2025 is de bestemmingsreserve Huisvesting gevormd ter financiering van toekomstige grote uitgaven of investeringen, passend binnen de huisvestingsplannen van DCTerra.

Bestemmingsreserve Krimpmiddelen

Deze reserve is eveneens per ultimo 2025 gevormd. De krimpmiddelen zijn beschikbaar gesteld door OCW om de gevolgen van dalende studentenaantallen op te vangen. De middelen ondersteunen:
- de toegankelijkheid van onderwijs in krimpregio’s;
- het behoud van kwaliteit en vitaal opleidingsaanbod;
- toekomstgericht beroepsonderwijs in samenwerking met het werkveld;
- instellingen in regio’s met bevolkingsdaling, waaronder Groningen en Drenthe.

Bestemmingsreserve Change:

Deze reserve is in 2025 aangewend voor, en heeft betrekking op de inzet van personeel voor strategische projecten gericht op een toekomstbestendig DCTerra.

Voorzieningen

2.2 VOORZIENINGEN Saldo per 1-1-2025 Dotaties Onttrekking Vrijval Rente toevoeging Saldo per 31-12-2025 Kortlopend deel < 1 jaar Langlopend deel > 1 jaar
2.2.1 Wachtgeld 1.077.902 988.669 -1.067.320 0 0 999.251 599.762 399.489
2.2.2 Jubileumgratificaties 924.667 287.245 -129.988 0 0 1.081.923 115.206 966.717
2.2.3 Langdurig ziek 543.472 327.000 -462.758 -280.226 0 127.487 126.065 1.422
2.2.4 Seniorenverlof 5.233.618 1.204.711 -1.132.723 0 0 5.305.605 1.060.190 4.245.415
2.2.5 WAB 12.569 350.492 -117.542 0 0 245.519 245.519 0
2.2.6 Ontslagvergoeding 350.739 892.417 -728.376 0 0 514.780 486.772 28.008
  Totaal voorzieningen 8.142.966 4.050.534 -3.638.708 -280.226 0 8.274.565 2.633.514 5.641.051
De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling” onder “Algemeen”.

DCTerra heeft de volgende voorzieningen getroffen:

2.2.1 Voorziening Wachtgeld

Deze voorziening betreft verplichtingen ten aanzien van (bovenwettelijke) werkloosheidsuitkeringen ((B)WW) voor voormalig personeel. Voor medewerkers met een lopende uitkering per ultimo 2025 wordt het resterende recht op (B)WW uitkering meegenomen in de berekening. Indien bij ontslag tevens recht bestaat op een bovenwettelijke uitkering volgens de cao, wordt dit bedrag eveneens opgenomen.

Ultimo 2025 bedraagt de voorziening wachtgeld € 999.251.

2.2.2 Voorziening jubileumgratificatie

Medewerkers ontvangen bij 25 en 40 dienstjaren een gratificatie van respectievelijk een half en een volledig bruto maandsalaris, vermeerderd met 8% vakantietoeslag en netto uitkeerbaar.

Ultimo 2025 bedraagt deze voorziening € 1.081.923.

2.2.3 Voorziening langdurig zieken

Deze voorziening betreft toekomstige loonbetalingen aan medewerkers die naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn.

Ultimo 2025 bedraagt deze voorziening € 127.488.

2.2.4 Voorziening seniorenverlof

Werknemers van 57 jaar en ouder, met ten minste vijf dienstjaren en een werktijdfactor van minimaal 0,4, hebben recht op 170 uur seniorenverlof per cursusjaar. Eind 2025 namen 149 medewerkers deel aan de regeling (2024: 135 medewerkers).

Ultimo 2025 bedraagt de voorziening seniorenverlof € 5.305.605.

2.2.5 Voorziening WAB

Op basis van de Wet Arbeidsmarkt in Balans hebben werknemers met een tijdelijk contract recht op een transitievergoeding vanaf de eerste werkdag. De voorziening betreft contracten waarvan de intentie bestaat deze niet te verlengen.

Ultimo 2025 bedraagt de voorziening € 245.519.

2.2.6 Voorziening ontslagvergoeding

Deze voorziening wordt gevormd wanneer de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van een ontslagvergoeding waarbij er een onzekerheid bestaat ten aanzien van de omvang van het bedrag. Waardering vindt plaats tegen de beste schatting van de toekomstige verplichting.

Ultimo 2025 bedraagt deze voorziening € 514.780.

2.3 LANGLOPENDE SCHULDEN

in €
2.3.3 Kredietinstellingen Schuldrest 1-1-2025 Aflossing 2025 Naar kortlopend Saldo 31-12-2025 Looptijd < 1 jaar Looptijd > 1 jaar Looptijd > 5 jaar Rentevoet Looptijd tot
1. Terra 5,35% Lening ABN-AMRO 10.92.30.957 870.000 -120.000 0 750.000 120.000 480.000 270.000 1,97% 01-07-2032
2. Terra Rentevastlening ING 80.08.78.167 2.764.979 -140.004 0 2.624.975 140.000 2.624.975 0 0,93% 01-09-2028
3. Terra Rentevastlening ING 80.08.78.191 5.134.979 -260.004 0 4.874.975 260.000 4.874.975 0 1,12% 01-09-2028
4. Financial Lease Bus (LFHL20210814) 57.397 -27.045 -30.352 0 0 0 0    
Totaal langlopende schulden 8.827.355 -547.053 -30.352 8.249.950 520.000 7.979.950 270.000    

De aflossingsverplichting voor 2026 van € 520.000 wordt onder de kortlopende schulden verantwoord. Tevens is de aflossing van de Financial Lease (4) te vinden onder de kortlopende schulden.

Financiële instrumenten

Algemeen

DCTerra maakt gebruik van financiële instrumenten die in de balans zijn opgenomen, zoals vorderingen en schulden. De stichting handelt niet actief in financiële instrumenten en werkt met vaste procedures ter beperking van krediet- en marktrisico’s.

Kredietrisico

De handelsvorderingen bestaan voornamelijk uit vorderingen op subsidieverstrekkers en overige debiteuren. Het kredietrisico wordt als beperkt beoordeeld.

Renterisico

DCTerra beschikt over leningen met een vaste rente, met een totale omvang van € 8,2 miljoen. De leningen worden aangehouden tot het einde van de looptijd. Het renterisico beperkt zich daarmee tot mogelijke marktwaardeschommelingen.

Liquiditeitsrisico

De liquiditeitspositie wordt bewaakt op basis van geactualiseerde liquiditeitsbegrotingen. Het management waarborgt dat voldoende middelen beschikbaar zijn om aan verplichtingen te voldoen en dat de stichting binnen de financieringsconvenanten blijft.

Reële waarde

Voor de meeste financiële instrumenten benadert de reële waarde de boekwaarde, zoals vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden.

2.4 KORTLOPENDE SCHULDEN

in €
2.4 KORTLOPENDE SCHULDEN 31 december 2025 31 december 2024
2.4.1 Kredietinstellingen  520.008   4.285.359 
2.4.2 Vooruitgefactureerde en - ontvangen termijnen OHW  4.882.659   3.460.343 
2.4.3 Crediteuren  4.163.536   2.797.685 
2.4.4 Schulden aan OCW/EZ  -   46.371 
2.4.7 Belastingen en premies Soc. Verz.  5.968.385   5.690.196 
2.4.8 Schulden terzake van pensioenen  1.455.446   1.454.343 
2.4.9 Overige kortlopende schulden  1.241.956   877.125 
2.4.10 Overlopende Passiva  8.420.601   11.198.288 
  Totaal kortlopende schulden  26.652.592   29.809.710 
       
  Uitsplitsing    
2.4.7.1 Loonheffing  5.775.959   5.524.061 
2.4.7.2 Omzetbelasting  192.426   166.135 
  Totaal belastingen en premies Soc. Verz.  5.968.385   5.690.196 
       
2.4.10.2 Vooruitontvangen OCW geoormerkt  2.439.975   879.958 
  Vooruitontvangen OCW  332.307   966.254 
2.4.10.3 Vooruitontvangen investeringssubsidies  941.691   959.647 
2.4.10.4 Vooruitontvangen Gemeenten  76.407   415.101 
2.4.10.5 Vakantiegeld  3.840.152   4.957.132 
2.4.10.8 Overige  790.069   3.020.195 
  Totaal overlopende passiva  8.420.601   11.198.288 
De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling” onder “Algemeen”.

De kortlopende schulden bestaan uit:

  • Kredietinstellingen, in 2025 is € 3,8 miljoen afgelost aan kortlopende rente op langlopende schulden.
  • Vooruit gefactureerde en ontvangen termijnen Onderhanden Werk (OHW), betrekking hebbend op contracten en projecten.
  • Crediteuren, die in 2026 zijn afgewikkeld.
  • Belastingen en pensioenpremies, betaald in januari 2026.
  • Overige kortlopende schulden, waaronder leerling fondsen en nog te betalen lasten.
  • Overlopende passiva, waaronder:
    • Vooruit ontvangen OCW geoormerkt; o.a. basisvaardigheden € 1 miljoen (2024: € 0,2 miljoen), Vabok € 0,8 miljoen (2024 € 0,4 miljoen), overige subsidies € 0,6 miljoen (2024 € 0,3 miljoen)
    • Verplichting vakantiegeld: € 3,8 miljoen (2024: inclusief verlofdagen OBP € 1,1 miljoen)
    • Overige: verplichting verlofdagen OBP: € 0,7 miljoen, opgenomen volgens de verslagleggingsrichtlijnen voor onderwijsinstellingen.
DOELSUBSIDIES (MODEL G)

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Omschrijving Toewijzing (Kenmerk) Datum De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
Onderhanden/JA/NEE
Zij-instroom - 2024 100012663-1 20-02-2024 JA
Zij-instroom - 2024 100015401-1 20-03-2024 JA
Studieverlof - 2024 1389620-1 20-03-2024 JA
Zij-instroom - 2024 100016095-1 22-04-2024 JA
Zij-instroom - 2024 100016751-1 21-05-2024 Onderhanden
Zij-instroom - 2024 100016880-1 20-06-2024 JA
Studieverlof - 2024 1414754-1 20-08-2024 JA
Subsidie instructeursbeurs mbo - 2024 100016946-1 20-08-2024 JA
Zij-instroom - 2024 100018172-1 20-11-2024 Onderhanden
Zij-instroom - 2024 100021759-1 19-12-2024 Onderhanden
Nazorg mbo 2022/2025 NMBO24029 28-02-2024 JA
Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom VABOK 240009 27-08-2024 Onderhanden
Subsidie Zij-instoom 2023 100011229-1 19-12-2023 JA
Subsidie Zij-instoom 2023 100008861-1 21-11-2023 JA
Nazorg MBO 2022-2025 NMBO24011 28-02-2024 JA
Statushouders en de stap naar de klas SVDK230018 04-12-2023 Onderhanden
Basisvaardigheden 2024 VBV24-VO-2298 17-06-2024 Onderhanden
Basisvaardigheden 2024 VBV24-VO-2304 17-06-2024 Onderhanden
Basisvaardigheden 2024 VBV24-VO-2346 17-06-2024 Onderhanden
Basisvaardigheden 2024 VBV24-VO-3246 17-06-2024 Onderhanden
Basisvaardigheden 2024 VBV24-VO-3322 17-06-2024 Onderhanden
Subsidie voor studieverlof 1413945-1 20-08-2024 JA
Nationale LLO-Katalysator LLOP-K240015 28-08-2024 Onderhanden
Nationale LLO-Katalysator LLO-K240009 28-08-2024 Onderhanden
Subsidie Zij-instoom 2024 100018172-1 20-11-2024 Onderhanden
Subsidie Zij-instoom 2024 100021759-1 19-12-2024 Onderhanden
Onderwijspersoneel opleiding tot leraar SOOLVO24224 12-12-2024 Onderhanden
Zij-instroom - 2025 100025700-1 20-03-2025 Onderhanden
Zij-instroom - 2025 100027240-1 20-05-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1475471-1 20-06-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1475691-1 20-06-2025 Onderhanden
Zij-instroom - 2025 100027727-1 20-06-2025 Onderhanden
Zij-instroom - 2025 100027795-1 22-07-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1479775-1 22-07-2025 Onderhanden
Subsidie instructeursbeurs mbo - 2025 100027835-1 20-08-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1480866-1 20-08-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1480925-1 20-08-2025 JA
Studieverlof - 2025 1482869-1 22-09-2025 JA
Zij-instroom - 2025 100029250-1 20-11-2025 Onderhanden
Zij-instroom - 2025 100033432-1 19-12-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1498753-01 19-12-2025 Onderhanden
Studieverlof - 2025 1498773-1 19-12-2025 JA
Basisvaardigheden VBV25-VO-1470 28-04-2025 Onderhanden
Basisvaardigheden VBV25-VO-1452 28-04-2025 Onderhanden
Basisvaardigheden VBV25-VO-1483 28-04-2025 Onderhanden
Versterking aansluiting beroepsonderwijskolom VABOK250015 29-08-2025 Onderhanden
Praktijkgerichte HAVO PHAVO25038 10-04-2025 Onderhanden
Subsidieregeling Statushouders en Oekraïense SVDK250129 01-12-2025 Onderhanden

G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar

In €
Omschrijving   Datum Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Te verrekenen per 31 december verslagjaar
VSV 2020-2024 RMC regio 7 NM OND/OBD-2020/3453 M 15-09-20 645.930 596.465 454.525 141.940 49.465 191.155 249
VSV 2020-2024 RMC regio 8 ZO OND/OBD-2020/3533 M 08-10-20 1.471.929 1.359.210 879.014 480.196 112.719 490.055 102.860
VSV 2020-2024 RMC regio 9 ZW OND/OBD-2020/3585 M 30-09-20 881.927 814.390 559.396 254.994 67.537 321.581 950
  Totaal   2.999.786 2.770.065 1.892.935 877.130 229.721 1.002.791 104.059

G2B. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Omschrijving Toewijzing (Kenmerk) Datum Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
RIF21016 Hospitality 30027668 21-10-2021 1.378.214 1.171.483 291.119 880.364 206.732 420.427 666.669
  Totaal   1.378.214 1.171.483 291.119 880.364 206.732 420.427 666.669

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Verhuurovereenkomsten

De contractuele verplichtingen met betrekking tot verhuur zijn vastgelegd in individuele huurovereenkomsten. Deze overeenkomsten vormen de basis voor de verantwoording van de huurinkomsten. De te ontvangen huren bedragen:

  • korter dan 1 jaar : € 473.822
  • tussen 1 en 5 jaar: € 625.813

Gedurende het verslagjaar hebben zich geen materiële onzekerheden voorgedaan ten aanzien van de inbaarheid van de uit hoofde van deze overeenkomsten ontstane huurvorderingen.

Huuropbrengsten uit niet binnen 12 maanden opzegbare verhuurcontracten Huurder Expiratiedatum Huur < 1 jaar Huur 1 < 5 jaar Huur > 5 jaar
Hereweg 101, Groningen SKSG 31-12-27 176.174 176.174 0
Hereweg 101, Groningen Stichting Noorderpoort 31-12-28 81.658 163.316 0
Vredeveldseweg 57, Assen Gemeente Assen 31-12-27 60.975 60.975 0
Vredeveldseweg 57, Assen Basketbalvereniging Assist 31-12-27 29.115 29.115 0
Vredeveldseweg 57, Assen Tafeltennisvereniging Assen 31-12-27 14.785 14.785 0
Vredeveldseweg 57, Assen Handboogvereniging Chiron 31-12-27 4.649 4.649 0
Vredeveldseweg 57, Assen AATC 31-12-27 2.213 2.213 0
Anne de Vriesstraat 70, Assen Stichting Noorderpoort 31-08-28 86.801 144.668 0
Aziëweg 2, Assen Schildersvakopleiding 31-07-27 14.256 24.439 0
Aziëweg 2, Assen Afbouwprofs Noord-Nederland 31-07-27 3.196 5.479 0
      473.822 625.813 0

Huurovereenkomsten

DCTerra heeft per 31 december 2025 diverse meerjarige huurovereenkomsten met derden voor onderwijsgebouwen, sportfaciliteiten en overige huisvesting. Deze verplichtingen worden, conform de geldende verslaggevingsregels, niet op de balans opgenomen maar zijn van belang voor het inzicht in de toekomstige kasstromen van de instelling.

De uit deze huurovereenkomsten voortvloeiende minimale betalingsverplichtingen bedragen:

  • korter dan 1 jaar: € 1.996.170

  • tussen 1 en 5 jaar: € 4.244.900

  • langer dan 5 jaar: € 1.684.848

    De huurovereenkomsten hebben verschillende expiratiedata en verlengingsopties (veelal jaarlijks of per vijf jaar). Een aantal contracten is per balansdatum reeds opgezegd en loopt af in 2026
Meerjarige verplichtingen uit huurovereenkomsten Verhuurder Expiratiedatum Verlengingstermijn Huurlast < 1 jaar Huurlast 1 - 5 jaar Huurlast > 5 jaar
Atlantis 2, Emmen Vereniging Opleidingen Bouw 31-10-26 per jaar 24.257 0 0
Vledderstraat 3d, Meppel Gemeente Meppel 31-07-26 per jaar 18.358 0 0
Ambachtsweg 2, Meppel Woonconcept onroerend goed BV 30-06-29 per 5 jaar 702.606 2.107.818 0
Ezingerweg 58 sportaccomodatie, Meppel Woonconcept onroerend goed BV 30-06-26 opgezegd 113.925 0 0
De Haar 17, Assen L.J. Kreeft 31-07-34 per 5 jaar 470.190 1.880.760 1.684.848
Aziëweg, Assen Savantis 31-07-27 per 5 jaar 210.950 123.054 0
van Schaikweg 94, Emmen Stenden Hogeschool 31-08-26 per jaar 196.494 0 0
Salland zuid, Assen Gemeente Assen 31-08-26 per jaar 88.603 0 0
Industrieweg 1, Assen Hanze Hogeschool 31-12-26 opgezegd 23.521 0 0
Manege Assen Sunrise Stables 31-08-26 opgezegd 97.290 0 0
Suikerlaan, Groningen 123Wonen.nl 31-08-29 per jaar 49.975 133.268 0
        1.996.170 4.244.900 1.684.848

Operationele lease

DCTerra maakt gebruik van operationele leasecontracten voor leaseauto’s ten behoeve van het College van Bestuur. Aangezien bij deze contracten de voor en nadelen die aan het eigendom zijn verbonden in overwegende mate bij de leasemaatschappij liggen, worden deze contracten aangemerkt als operationele lease.

De uit deze leasecontracten voortvloeiende resterende verplichtingen bedragen per 31 december 2025:

  • korter dan 1 jaar: € 94.997

  • langer dan 1 jaar: € 68.845

    Deze leaseverplichtingen worden lineair ten laste van het resultaat gebracht gedurende de looptijd van de betreffende contracten.
Merk vervoermiddel Catalogusprijs Begindatum contract verlengd per Looptijd contract restant looptijd leaseprijs incl Brandstof lease restant looptijd <1 jaar >1 jaar <5 jaar
Skoda Kodiaq 1,5 TSI 44.990 01-11-2025   60 58 1.113 64.563 64.563 0
Hyundai IONIQ 5 55.800 19-12-2022   52 15 1.304 19.561 15.649 19.561
Volvo EC 40 60.220 30-04-2024   60 40 1.232 49.283 14.785 49.283
Totaal           3.649 133.407 94.997 68.845

Overige meerjarige verplichtingen

Naast huur en leaseverplichtingen heeft DCTerra een beperkt aantal overige meerjarige verplichtingen, waaronder een dienstverleningsovereenkomst met Konica Minolta, welke per balansdatum is opgezegd en in 2026 afloopt. De resterende verplichting uit hoofde van deze overeenkomst bedraagt € 30.944 en heeft een looptijd korter dan één jaar.

Samenvattend

De niet uit de balans opgenomen verplichtingen van DCTerra bestaan voornamelijk uit langlopende huurovereenkomsten en operationele leaseverplichtingen. Deze verplichtingen zijn naar hun aard noodzakelijk voor de uitvoering van de onderwijsactiviteiten en vormen geen onzekerheid omtrent de continuïteit van de instelling.

7.4.3 Toelichting staat van baten en laten

BATEN

(in €)
3 Baten Realisatie 2025 Begroting 2025 Realisatie 2024
3.1 Rijksbijdragen            
3.1.1 Rijksbijdrage OCW   138.720.747   131.844.400   126.252.062
  Kwaliteitsmiddelen OCW 9.933.784   0   13.049.473  
  Krimpmiddelen OCW 2.305.556   0   0  
  Overige subsidies OCW 9.500.081   16.494.100   9.458.655  
3.1.2 Overige subsidies OCW   21.739.420   16.494.100   22.508.128
  Totaal rijksbijdragen   160.460.167   148.338.500   148.760.190
               
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies            
               
3.2.1 Gemeentelijke bijdragen en subsidies   1.197.977   965.000   2.257.597
               
3.2.2 Overige overheidsbijdragen   1.930.947   2.363.700   1.242.324
               
  Totaal overige overheidsbijdragen en -subsidies   3.128.924   3.328.700   3.499.921
               
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden            
3.3.2 Cursusgelden sector BVE   1.439.375   1.529.600   1.578.687
  Totaal college-, cursus-, les- en examengelden   1.439.375   1.529.600   1.578.687
               
3.4 Baten werk in opdracht van derden            
3.4.1 Contractonderwijs   2.632.356   3.000.000   2.775.888
3.4.1.1 Contracten t.b.v. inburgeringsvoorzieningen   1.055.051   1.127.500   895.593
3.4.3 Overige baten werk in opdracht van derden   810.923   826.100   875.690
  Totaal baten werk in opdracht van derden   4.498.331   4.953.600   4.547.171
               
3.5 Overige baten            
3.5.1 Verhuur   645.428   628.100   756.004
3.5.2 Detachering personeel   1.441.079   619.300   1.212.166
3.5.6 Overig   3.762.220   1.938.000   4.544.230
  Totaal overige baten   5.848.727   3.185.400   6.512.401
3.1 Rijksbijdragen

De reguliere rijksbijdrage is in 2025 met € 12.486.685 gestegen ten opzichte van 2024. Deze stijging hangt samen met de nieuwe bekostigingsinformatie die OCW in juli 2025 heeft verstrekt. Belangrijke factoren die hebben bijgedragen aan de toename zijn:

  • Loonkostenstijging per 1 januari 2025 van +5,1%
  • Lagere kwaliteitsmiddelen dan in 2024 -€ 3.115.690
  • Ontvangen krimpmiddelen in 2025 +€ 2.305.556

De overige OCW subsidies zijn in 2025 in totaliteit nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024.

3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies

De WEB-bijdragen en gemeentelijke subsidies zijn in 2025 € 1.059.620 lager. Vanwege een stijging in de overig overheidsbijdragen met € 688.000 in 2025 daalt de totale post 3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies met €371.000 ten opzichte van 2024.

De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling” onder “Algemeen”.

3.3 College-, cursus-, les- en examengelden

Het Ministerie van OCW verrekent voor BBL-studenten het te innen cursusgeld direct met de rijksbijdrage. In 2025 bedraagt deze inhouding € 1.529.570, gebaseerd op de studententelling t 2.

DCTerra factureert echter op basis van de actuele studentenaantallen (t). De totale facturatie voor 2025 bedraagt € 1.439.375, wat € 139.312 lager is dan in 2024, veroorzaakt door een daling van het aantal BBL studenten.

3.4 Baten werk in opdracht van derden

De opbrengsten uit werk voor derden bedragen in 2025 € 4.498.331, vrijwel gelijk aan de begroting. In vergelijking met 2024 zijn enkele verschuivingen zichtbaar:

  • lagere opbrengsten contractonderwijs (–€ 143.532)
  • hogere opbrengsten Inburgering (+€ 159.458)
  • daling bijdragen voor VAVO vanuit VO instellingen (–€ 64.767)
3.5 Overige baten

De overige baten bedragen in 2025 € 5.848.727, mede door het aflopen van een dienstverleningsovereenkomst tussen Stichting Terra, stichting RSG de Borgen en stichting Trivium van daalt de overige baat met € 650.000 ten opzichte van 2024 (€ 6.512.401).

De vergelijkende cijfers van het boekjaar 2024 zijn aangepast vanwege een herrubricering. Zie “Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling” onder “Algemeen”.

LASTEN

4 Lasten 2025 DCTerra 2025 DCTerra Begroting 2024 DCTerra
4.1 Personele lasten      
4.1.1. Lonen en salarissen  114.801.072   111.588.200  114.675.809
4.1.2 Overige personele lasten  16.092.695   14.866.400  17.072.837
4.1.3 Af: uitkeringen  -1.937.519   -692.600  -1.272.016
  Totaal personele lasten 128.956.248 125.762.000 130.476.630
         
  Uitsplitsing      
4.1.1.1 Brutolonen en salarissen  89.346.947   86.846.445  88.936.878
4.1.1.2 Sociale lasten  13.304.126   12.931.791  13.037.718
4.1.1.3 Pensioenpremies  12.149.998   11.809.963  12.701.213
  Lonen en salarissen 114.801.072 111.588.200 114.675.809
         
4.1.2.1 Dotaties/vrijval personele voorzieningen  3.702.113   1.600.000  1.348.530
4.1.2.2 Personeel niet in loondienst  7.139.034   7.088.100  9.627.590
4.1.2.3 Overig  5.251.548   6.178.300  6.096.717
  Overige personele lasten 16.092.695 14.866.400 17.072.837
         
4.2 Afschrijvingen      
4.2.1 Immateriële vaste activa  2.229   2.200  8.927
4.2.2 Materiële vaste activa  6.088.902   7.928.700  6.838.373
  Totaal afschrijvingen 6.091.131 7.930.900 6.847.300
         
4.3 Huisvestingslasten      
4.3.1 Huur  3.257.344   3.164.900  3.227.029
4.3.2 Verzekeringen  207.747   206.900  274.605
4.3.3 Onderhoud  1.957.611   2.599.400  1.983.291
4.3.4 Energie en water  2.516.063   2.725.400  3.209.555
4.3.5 Schoonmaakkosten  2.584.379   2.475.200  2.316.787
4.3.6 Heffingen  887.183   907.200  840.172
4.3.8 Overige  429.499   294.100  295.983
  Totaal huisvestingslasten 11.839.828 12.373.100 12.147.421
         
4.4 Overige lasten      
4.4.1 Administratie- en beheerslasten  7.011.507   8.206.800  7.840.713
4.4.2 Inventaris, apparatuur en leermiddelen  7.473.441   6.971.800  7.462.092
4.4.4 Overige lasten  1.201.454   141.200  313.762
  Totaal overige lasten 15.686.401 15.319.800 15.616.567
         
5 Financiële baten en lasten      
5.1 Rentebaten  -659.692   -100.000  -788.453
5.5 Rentelasten  222.044   50.000  259.229
  Totaal financiële baten en lasten -437.648 -50.000 -529.224
4.1 Personele lasten

Belangrijkste ontwikkelingen binnen de personeelslasten en voorzieningen in 2025

Loonkostenstijging

Met ingang van januari 2025 zijn de loonkosten structureel verhoogd met 5,1%.
Per saldo zijn de kosten voor lonen en salarissen in de jaarrekening 2025 door het lagere aantal FTE's vrijwel gelijk aan 2024, terwijl er in 2025 dus sprake was van een aanzienlijke stijging van de loonkosten per medewerker.

Formatieontwikkelingen

In 2025 zien we een forse daling van het aantal fte's (ultimo 2025: 1.256 fte). Deze reductie zien we over heel DCTerra mede door de afronding van de fusie in 2025.

Personeel DCTerra ultimo boekjaar 2025
Management 10,7
Onderwijzend 828,89
Oveirg 416,44
Eindtotaal 1.256,03
Personeel DCTerra gemiddeld 2025
Management 10,61
Onderwijzend 838,12
Oveirg 421,96
Eindtotaal 1.270,69
Pensioen en overige personeelslasten
  • De pensioenpremies zijn in de basis gelijk gebleven aan 2024.
  • Hogere uitgaven werden geregistreerd op reis- en verblijfkosten, lief en leed/werkkosten.
  • Tegelijkertijd daalden kosten voor scholing, re-integratie, frictie en WW en overige vergoedingen.,
  • Van de verplichting verlofdagen OBP is € 320.979 vrijgevallen.

De totale personeelslasten zin € 1.520.382 lager dan in 2024. Een fors deel van de onderschrijding is te vinden bij de inzet van het flexibel personeel (-€ 2.488.556), de overige (personeels)lasten (-€ 845.169) en er is een hoger bedrag aan loonkostensubsidies e.d. ontvangen (+€ 665.503) Daartegenover staan echter diverse dotaties aan de personele voorzieningen van per saldo € 2.353.583.

Specificatie overige personeelslasten (4.1.2.3): 2025 2024
Reis- en verblijfkosten 2.603.348 1.826.112
Dotatie/vrijval verplichting verlofdagen -320.979 93.905
Lief- en leed/werkkosten 559.188 371.511
Scholing 1.344.196 1.607.179
Re-integratie/frictie/WW 195.849 586.076
Overige vergoedingen 869.947 1.611.934
  5.251.548 6.096.717
4.2 Afschrijvingen

De afschrijvingslasten zijn € 756.169 lager dan in 2024, voornamelijk door gewijzigde waarderingsgrondslagen en geharmoniseerde afschrijvingspercentages na de fusie.

4.3 Huisvestingslasten

In 2025 waren vooral de energielasten aanzienlijk lager (–€ 693.492) door genormaliseerde energieprijzen en gunstige contractvoorwaarden. Daarnaast zijn de uitgaven voor:

  • verzekeringen: –€ 66.858
  • onderhoud: –€ 25.680

De overige huisvestingslasten (huur, schoonmaak, heffingen) zijn € 133.516 hoger dan in 2024.

Specificatie overige huisvestingslasten (4.3.8): 2025 2024
Beveiligingsmiddelen- en apparatuur 112.901 47.460
Klein inventaris 82.316 22.899
Ledigen containers 164.881 165.534
Huur lockers 17.707 53.633
Verhuiskosten 49.323 6.457
Overige lasten 2.370 0
  429.499 295.983
4.4 Overige lasten

De overige lasten zijn in 2025 € 887.692 hoger dan in 2024, voornamelijk door een afboeking van de aanloopkosten (2020-2025) van het nieuwbouwtraject Emmen.

Administratie- en beheerslasten

Deze lasten zijn in 2025 met € 829.206 afgenomen ten opzichte van 2024. Belangrijkste oorzaken:

  • lagere contributies en abonnementen
  • lagere ICT en telecommunicatiekosten
  • lagere vergader- en representatiekosten

De kosten voor inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn nagenoeg gelijk aan 2024.

Accountantshonoraria
De honoraria hebben betrekking op de wettelijke controle van de jaarrekening door Wta geregistreerde accountants.
Specificatie honorarium accountant 2025 2024
Onderzoek jaarrekening 166.000 172.909
Andere controleopdrachten 25.000 24.200
Aanvullende opdrachten 14.000 44.891
  205.000 242.000

(In 2024 waren € 50.000 aanloopkosten inbegrepen.)

5 Financiële baten en lasten
Schatkistbankieren 2025

DCTerra bankiert via het Ministerie van Financiën volgens het zero balancing principe: dagelijkse saldi op ING- en ABN rekeningen worden automatisch verrekend met de schatkistrekening.
Hoewel schatkistbankieren doorgaans hogere rentes oplevert, zijn:

  • Rentebaten in 2025 lager dan in 2024 (–€ 128.761)
  • Rentelasten eveneens lager dan in 2024 (–€ 37.185)

Het rentepercentage op schatkistbankieren daalde van 2,92% in januari 2025 naar 1,93% in december 2025.

Segmentatie naar onderwijssoorten

in €
Exploitatieoverzicht DCTerra 2025 DCTerra MBO DCTerra VO DCTerra LLO Totaal
  BATEN        
3.1 Rijksbijdragen  107.438.738   52.981.783   39.646   160.460.167 
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies  2.560.463   567.771   690   3.128.924 
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden  1.439.081   294  0  1.439.375 
3.4 Baten werk in opdracht van derden  1.834.047   17.577   2.646.706   4.498.331 
3.5 Overige baten  4.354.169   1.507.093   -12.536   5.848.727 
  TOTAAL BATEN  117.626.498   55.074.518   2.674.506   175.375.523 
           
  LASTEN        
4.1 Personeelslasten  -86.735.494   -40.456.278   -1.764.477   -128.956.248 
4.2 Afschrijvingslasten  -4.126.200   -1.961.271   -3.659   -6.091.131 
4.3 Huisvestingslasten  -7.988.166   -3.851.662  0  -11.839.828 
4.4 Overige lasten  -9.124.394   -5.268.096   -1.293.911   -15.686.401 
  TOTAAL LASTEN  -107.974.254   -51.537.307   -3.062.047   -162.573.608 
           
  SALDO BATEN EN LASTEN  9.652.244   3.537.211   -387.540   12.801.915 
           
5 Financiële baten en lasten  370.119   67.529  0  437.648 
           
  RESULTAAT  10.022.363   3.604.741   -387.540   13.239.563 

7.4.4 WNT-verantwoording 2025 Stichting Drenthe College Terra

De WNT is van toepassing op Stichting Drenthe College Terra. Het voor Stichting Drenthe College Terra toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000, Het bezoldigingsmaximum betreft Onderwijs, klasse G.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling
bedragen x € 1
Gegevens 2025 A. Nimis M. Riemersma G.H. Daling
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0 1,0
Dienstbetrekking? Ja Ja Ja
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  206.092   206.076   171.288 
Beloningen betaalbaar op termijn  23.493   23.486   23.284 
Subtotaal  229.585   229.562   194.572 
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  246.000   246.000   246.000 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  229.585   229.562   194.572 
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
bedragen x € 1
Gegevens 2024 A. Nimis M. Riemersma G.H. Daling
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0 1,0
Dienstbetrekking? Ja Ja Ja
       
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen  185.943   185.976   153.297 
Beloningen betaalbaar op termijn  23.704   23.704   23.445 
Subtotaal  209.647   209.680   176.742 
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  233.000   233.000   233.000 
Bezoldiging  209.647   209.680   176.742 
1c. Toezichthoudende topfunctionarissen
bedragen x € 1
Gegevens 2025 D.A. de Waard R.E. van Zuidam J. Oversier
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 t/m 30/04 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging  5.000   10.000   10.000 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  12.132   24.600   24.600 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  5.000   10.000   10.000 
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
bedragen x € 1
Gegevens 2024 D.A. de Waard R.E. van Zuidam J. Oversier
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging  15.000   10.000   10.000 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  34.950   23.300   23.300 
bedragen x € 1
Gegevens 2025 P.W. Geerdink L. de Ruigh C.J. Ezinga
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 t/m 30/06 01/01 t/m 31/12 01/09 t/m 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging  5.000   10.000   3.333 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  12.199   24.600   8.222 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  5.000   10.000   3.333 
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
bedragen x € 1
Gegevens 2024 P.W. Geerdink L. de Ruigh
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 t/m 31/12 01/01 t/m 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging  10.000   10.000 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  23.300   23.300 
bedragen x € 1
Gegevens 2025 W.S. Beernink C. Bijl
Functiegegevens Lid Voorzitter
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 t/m 31/12 01/07 t/m 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging  10.000   7.500 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  24.600   18.602 
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging  10.000   7.500 
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
bedragen x € 1
Gegevens 2024 W.S. Beernink
Functiegegevens Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/09 t/m 31/12
   
Bezoldiging  
Bezoldiging  3.333 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum  7.767 

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

bedragen x € 1
Gegevens 2025 T. Vos
Functiegegevens  
Functie(s) bij beëindiging dienstverband Regiodirecteur
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0
Jaar waarin dienstverband is beëindigd 2024
Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband  
Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband  75.000 
   
Individueel toepasselijk maximum  75.000 
   
Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband  75.000 
Waarvan betaald in 2025  32.727 
   
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t.
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.

7.4.5 Gebeurtenissen na balansdatum

DCTerra

Na balansdatum hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per 31 december 2025, noch gebeurtenissen die van invloed zijn op de winst en verliesrekening over het verslagjaar 2025. Er zijn daarmee geen ontwikkelingen die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken.

7.4.6 Statutaire regeling inzake de winstbestemming

Conform de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), artikel 2.5.3, wordt het resultaat van het verslagjaar verrekend met de algemene reserve van DCTerra.

Artikel 2.5.3 luidt als volgt:

  1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarrekening vast over het afgelopen jaar.
  2. In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financiële beheer van de instelling voor zover het betreft de ingevolge deze wet uit ’s Rijks kas ontvangen middelen. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een rechtmatige en doelmatige aanwending van de rijksbijdrage. Van niet doelmatige aanwending van de rijksbijdrage is in ieder geval sprake voorzover bedragen daaruit worden aangewend voor het op enigerlei wijze compenseren van de studenten of vavo-studenten voor les- en cursusgeld of examengeld. Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de verantwoording van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de aanwending van de rijksbijdrage nadere voorschriften worden gegeven voor de inrichting van de jaarrekening.
  3. Het resultaat van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft wordt verrekend met de algemene reserve van de instelling.

7.4.7 Gegevens over de rechtspersoon

Stichting Drenthe College Terra
Statutaire vestigingsplaats:
Anne de Vriesstraat 70
9402 NT Assen
Postbus 173
7800 AD Emmen
KvK nummer: 41020699

Telefoon: 088-1884444
Website: www.dcterra.nl

Bestuursnummer: 40872

Contactpersoon: D. Bijsma
Telefoon: 088-1884683
E-mail: d.bijsma@dcterra.nl

Brinnummer: 25PW

Onafhankelijke accountant:
KPMG Accountants N.V.
Het Eeftink 6
7541 WH Enschede
Telefoon: 053-4832525

7.4.8 Vaststelling Jaarrekening

De jaarrekening is vastgesteld 1 juni 2026.

Naam:
A. Nimis
Functie:
Voorzitter College van Bestuur
Naam:
M. Riemersma-Diephuis
Functie:
Lid College van Bestuur
Naam:
G. H. Daling
Functie:
Lid College van Bestuur

De jaarrekening is goedgekeurd door de voltallige Raad van Toezicht 1 juni 2026.

Naam:
C. Bijl
Functie:
Voorzitter Raad van Toezicht
Naam:
J. Oversier
Functie:
Lid
Naam:
L. de Ruigh
Functie:
Lid
Naam:
C. J. Ezing
Functie:
Lid
Naam:
W. S. Beernink
Functie:
Lid

7.4.9 Overige gegevens

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Aan: het college van bestuur en de raad van toezicht van Stichting Drenthe College Terra

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025

Ons oordeel

Wij hebben de jaarrekening 2025 van Stichting Drenthe College Terra (of hierna ‘de onderwijsinstelling’) te Assen (hierna ‘de jaarrekening') gecontroleerd.

Naar ons oordeel:

  • geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van het vermogen van Stichting Drenthe College Terra per 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs;
  • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2025 in alle van materieel belang zijn de aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.

De jaarrekening bestaat uit:

  1. de balans per 31 december 2025;
  2. de staat van baten en lasten over 2025; en
  3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.

De basis voor ons oordeel

Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.

Wij zijn onafhankelijk van Stichting Drenthe College Terra zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd

In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. 

Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.

Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie

Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:

  • met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
  • alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 is vereist.

Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de jaarrekening of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.

Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het college van bestuur en de raad van toezicht voor de jaarrekening

Het college van bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Het college van bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.

In dit kader is het college van bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het college van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. 

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het college van bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het college van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het college van bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het college van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. 

De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling. 

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening

Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.

Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:

  • het identificeren en inschatten van de risico’s:
    - dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude,
    - van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn;
  • het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
  • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling;
  • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het college van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
  • het vaststellen dat de door het college van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om in onze controleverklaring de aandacht te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de onderwijsinstelling haar continuïteit niet langer kan handhaven;
  • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en
  • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen

Wij communiceren met de raad van toezicht onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Enschede, 17 juni 2026

KPMG Accountants N.V.

E.M. Olthof RA