Spring naar inhoud

Sterkmakers voor en met de regio

4.1Inleiding

DCTerra voelt zich verbonden met de regio en haar maatschappelijke opgaven. Wij zien het versterken van de regio niet als een afzonderlijke taak, maar als een gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij delen met partners in onderwijs, bedrijfsleven, overheid en maatschappelijke organisaties. De kracht van het kennen vormt hierbij ons vertrekpunt: weten wie en wat we nodig hebben en daar actief verbinding in zoeken. Vanuit de strategische opgave Sterkmakers voor en met de regio kiezen wij nadrukkelijk voor samenwerking boven concurrentie en voor contextrijk onderwijs dat geworteld is in actuele regionale vraagstukken. Zo dragen wij samen bij aan regionale vitaliteit, innovatie en een aantrekkelijk toekomstperspectief voor leerlingen, studenten en werkenden.

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe er in 2025 samen met partners is gewerkt aan het versterken van de regio, onder meer via strategische partnerships, de doorstroom binnen het vo en naar het hbo, innovatie en kennisontwikkeling via practoraten en andere samenwerkingsinitiatieven en door gezamenlijk te bouwen aan een samenhangend aanbod voor een leven lang ontwikkelen.

4.2Sterkmakers voor en met de regio vo

Wij bieden onze leerlingen goed groen onderwijs dat aansluit bij de wereld van nu en morgen. Dat doen we zowel binnen als buiten de school, zodat leerlingen een realistisch beeld krijgen van de maatschappij en inzicht ontwikkelen in de manier waarop zij hieraan kunnen bijdragen. We kijken daarbij nadrukkelijk over onze eigen grenzen heen. Het is belangrijk dat leerlingen zo min mogelijk overlap of onderbrekingen in hun leerproces ervaren. Niet alleen de inhoudelijke leerlijnen en onze begeleiding binnen het vo spelen hierin een rol, maar ook de aansluiting op het vervolgonderwijs. Dat doen we al, maar er is ruimte voor verdere verbetering. De komende jaren blijven we investeren in de (interne) samenwerking met het po en het mbo. De nieuwe organisatie DCTerra biedt hiervoor extra kansen.

Onze ambitie richting 2027 is om verder te investeren in doorlopende leerlijnen en begeleiding in de regio. De huidige leerlijnen en routes worden doorontwikkeld en uitgebreid om een sterke aansluiting op het vervolgonderwijs te bevorderen zowel inhoudelijk als in termen van begeleiding. Dit doen we in nauwe samenwerking met onze partners in de regio’s.

Samenwerking in de regio

Samenwerking in de regio vindt niet alleen plaats binnen onze eigen organisatie DCTerra, maar de vestigingen zoeken ook in meer of mindere mate afstemming en samenwerking met scholen in de eigen regio. Een concreet voorbeeld hiervan is de uitwisseling van keuzevakken. Leerlingen krijgen de mogelijkheid om te kiezen uit een breder aanbod van keuzevakken. Ze volgen deze dan op een andere school voor voortgezet onderwijs in de regio. Ook ontvangen wij leerlingen van andere scholen die bij ons een keuzevak komen volgen. Daarnaast wordt er bij het aanbieden van keuzevakken soms samengewerkt met andere mbo-instellingen (bijvoorbeeld het keuzevak fietstechniek Terra Winsum – Noorderpoort). Op deze manier maken we gebruik van elkaars expertise en vergroten we de keuzemogelijkheden van onze leerlingen zodat zij zich breder kunnen oriënteren en we aansluiten bij hun behoeften.

4.3DNA-samenwerking

DCTerra, Noorderpoort en het Alfa-college werken intensief samen onder de naam DNA Samenwerking. De samenwerking tussen deze drie regionale opleidingscentra (roc's) is er niet zonder reden: DNA verbindt. Als roc's houden we van de regio waarin wij werkzaam zijn. We zien potentie in onze leerlingen, studenten, medewerkers en regio. Daarom blijven we met elkaar bouwen aan een sterker Noordoost-Nederland. Omdat de urgentie hoog blijft en de kansen groot zijn, zoeken we naar nieuwe vormen van samenwerking waarbij we de regio voorop zetten. Een prachtige regio met innovatieve bedrijven en mensen die het verdienen om er met trots te kunnen wonen, werken, leven en studeren.

Het blijft voor Nederland uniek dat een samenwerking tussen mbo-instellingen op deze schaal plaatsvindt. Onze samenwerking gaat de vrijblijvendheid ver voorbij. Daarmee zijn we een absolute koploper. In 2025 hebben we concrete stappen gezet naar onze ambitie om vanaf 2027 als één krachtige mbo-aanbieder te opereren. Onze aanpak blijft helder: we gaan voor samen ontwikkelen, niet voor fuseren. Groot worden is voor ons geen doel. We willen in de haarvaten van onze regio blijven acteren, waarbij we ons aanbod continu aanpassen op wat er nodig is in de regio's. Daarbij maken we gebruik van elkaars kennis en kunde en laten we onze opleidingen, trainingen en cursussen slim op elkaar aansluiten. Zo houden we ons mbo op een hoog niveau en bereikbaar voor onze studenten en worden we ook als partner op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen relevant voor het bedrijfsleven.

Belangrijke ontwikkelingen in 2025

Van regie naar programma: een nieuwe structuur voor meer slagkracht
Een van de belangrijkste stappen in 2025 was het ontwikkelen van een heldere programmastructuur voor DNA. Na de fase van verkenning en regie zetten we een volgende stap: vanaf januari 2026 werken we met vier programmatische coalities die zorgen voor meer focus, verbinding en slagkracht. Deze manier van werken past bij de volwassener wordende samenwerking en bij onze ambitie om de positionering van het mbo in de regio centraal te stellen. Ons leidende motto is daarom: 'Samen, tenzij...'. DNA als eerste check en niet als laatste vraag.

De vier programmacoalities zijn gericht op verschillende aspecten van ons onderwijs van de toekomst:

  • Onderwijs & Flexibilisering: uitdagend, relevant, nabij en contextrijk onderwijs voor onze studenten met flexibele leerroutes die aansluiten bij hun behoefte.
  • Opleidingsportfolio & Campussen: een sterk en relevant opleidingsportfolio dat breed toegankelijk is, met samenwerking in campus-ecosystemen voor innovatieve en eigentijdse leeromgevingen.
  • Bedrijfsvoering: een geïntegreerde bedrijfsvoering, die in 2030 zoveel mogelijk als één geheel opereert en optimaal inspeelt op onderwijsontwikkelingen.
  • Transformatie: blijvend innoveren, onderzoeken en kennisdelen voor wendbaar, modern en eigentijds beroepsonderwijs.

Elke coalitie heeft één of twee leden van de colleges van bestuur als opdrachtgever, een programmadirecteur als opdrachtnemer en een evenwichtige vertegenwoordiging vanuit de drie organisaties van inhoudsdeskundigen en lijnverantwoordelijken. Naast de vier coalities blijft DNA Next een prominente plaats innemen in de programmastructuur. Daarnaast is een Programma Support Organisatie (PSO) ingericht die de coalities ondersteunt en de onderlinge samenhang bewaakt.

DNA Visie op Leren: het inhoudelijk kompas

In 2025 is de DNA 'Visie op Leren' afgerond. Deze visie vormt samen met de ambition paper en de innovatiestrategie het inhoudelijk kader voor DNA. Het uitdragen en verankeren van de 'Visie op Leren' is een belangrijke taak voor de nieuwe programmastructuur en biedt een gezamenlijk kompas voor het onderwijs dat we samen willen maken.

Verbreding van de samenwerking

Naast de interne ontwikkelingen hebben we in 2025 onze samenwerking ook verder verbreed en verdiept:

Samenwerking Zorg & Welzijn Assen (DCTerra en Noorderpoort)
De samenwerking rondom Zorg & Welzijn in Assen is in 2025 geformaliseerd met de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst. Deze samenwerking, die zich de afgelopen jaren verstevigd heeft, is nu bestuurlijk en juridisch verankerd voor de komende drie schooljaren.

MBO Techniek Noord
Een belangrijke nieuwe ontwikkeling is de bestuurlijke opdracht voor MBO Techniek Noord. Alfa-college en Noorderpoort hebben de handen ineengeslagen om samen met partners en het werkveld te werken aan een gezamenlijke ambitie voor het techniekonderwijs. In deze opdracht bepalen zij de scope van MBO Techniek en maken zij een voorstel over hoe de techniekopleidingen in de provincie optimaal kunnen worden gepositioneerd. Ook DCTerra wordt hierin betrokken.

Samenwerking UMCG-DNA
Een strategische mijlpaal was de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst met het UMCG op 6 oktober. Het UMCG is als topklinisch ziekenhuis, kennisinstelling én grootste werkgever van Noord-Nederland een strategisch relevante partner. DNA, met haar krachtige positionering als LLO-collectief en opleidingspartner voor het beroepsonderwijs, levert toegevoegde waarde aan de personele uitdagingen en transitieopgaven in de regio. De samenwerking richt zich op vier concrete domeinen: Leven Lang Ontwikkelen en strategische personeelsplanning, beroepspraktijkvorming en instroombevordering mbo, duurzame zorg en gezondheid (inclusief preventie en leefstijl), en digitalisering en innovatie in zorgonderwijs. DNA Next is in deze overeenkomst benoemd als preferent partner voor de LLO-ontwikkel- en uitvoeringsagenda van het UMCG.

Bestuurlijke opdracht bedrijfsvoering

Samenwerking op bedrijfsvoering draagt bij aan het realiseren van de strategische ambities door ondersteunend, adviserend en initiërend op te treden. De bestuurlijke opdracht richt zich gefaseerd op verbeteren, vernieuwen en uiteindelijk transformeren. Een eerste concrete stap is het ontwikkelen van een uniforme P&C-cyclus.

Krimpplan: Samen voor een sterke regio

Een belangrijke ontwikkeling in 2025 was de toekenning van aanvullende bekostiging vanuit de 'Regeling aanvullende middelen studentendaling mbo 2025-2027'. Samen met Menso Alting en SVO hebben DCTerra, Noorderpoort en Alfa-college een gezamenlijk plan ingediend voor de arbeidsmarktregio's Drenthe en Groningen. Met de toegekende middelen (€18.750.000 voor de periode 2025-2027) investeren we in het behoud van toegankelijk, bereikbaar en toekomstbestendig mbo-onderwijs in onze krimpregio.

Het krimpplan richt zich op drie transitiemaatregelen die direct aansluiten bij de DNA-strategie: 

  • het versnellen van de ontwikkeling van een gezamenlijk opleidingsportfolio;
  • het flexibiliseren van het onderwijs; 
  • het voorbereiden van samenwerking in campus-ecosystemen.

In 2025 zijn we gestart met de uitvoering van dit plan. Voor het opleidingsportfolio is fase 1 van de portfolio- opdracht afgerond, waarbij concrete portfolio-interventies zijn uitgevoerd en scenario's zijn ontwikkeld voor verschillende clusters van opleidingen. Tegelijkertijd is gewerkt aan de ontwikkeling van een afwegingskader voor toekomstige portfoliobeslissingen.

Op het gebied van flexibilisering zijn de gezamenlijke principes en standaarden ontwikkeld die de basis vormen voor de toekomstige invoering van flexibele leereenheden. Voor de campus-ecosystemen is in 2025 het DNA Strategisch Huisvestingskader vastgesteld, dat inzicht biedt in de huidige vastgoedportefeuille en de basis vormt voor de verdere ontwikkeling van scenario's voor campus-ecosystemen, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar de ontwikkeling van GreenWise Campus Emmen.

Besteding krimpmiddelen DCTerra
In de eerste helft van 2025 is in gezamenlijkheid met alle partners, het plan ontwikkeld voor de aanvraag voor aanvullende bekostiging vanuit de regeling aanvullende middelen studentendaling, die halverwege 2025 is toegekend. In de tweede helft van 2025 is in lijn met bovenstaande ontwikkelingen, een start gemaakt met de realisatie van de ambities waarin met name geïnvesteerd is in het inrichten van een programmastructuur waarmee planmatig uitvoering gegeven kan worden aan de ambities uit het krimpplan. Voor het opleidingsportfolio is voor DCTerra fase 1 van de portfolio- opdracht afgerond, waarbij concrete portfolio-interventies zijn uitgevoerd en scenario's zijn ontwikkeld voor verschillende clusters van opleidingen.

In 2025 heeft DCTerra hiervoor een bedrag van € 250.250 aan krimpmiddelen in de exploitatie laten vrijvallen (m.b.t. portfolio maatregelen – gericht op korte termijn en intern gericht).

Mede door de toekenning halverwege het kalenderjaar en deze aanloopfase van het krimpplan zien we in 2025 een onderbesteding van krimpmiddelen. Omdat in 2025 stevig is geïnvesteerd in de programma-organisatie waarmee planmatig uitvoering wordt gegeven aan de opgaven uit het plan, is de verwachting dat de uitgaven komende periode zullen toenemen conform het activiteitenplan en de realisatie van de doelen daarmee niet in gedrang komen.

DNA groeit door

Het jaar 2025 kenmerkt zich door het nemen van concrete, strategische stappen. Van de eerste fase van verkenning en de tweede fase van regie hebben we de stap gemaakt naar programmatisch werken. Met de nieuwe programmastructuur die vanaf januari 2026 van start gaat, leggen we de basis voor de fase waarin DNA als samenwerkingsverband volwassener en krachtiger wordt. De uitvoering van het krimpplan versterkt deze ontwikkeling en geeft concreet invulling aan onze ambities op het gebied van portfolio, flexibilisering en campusontwikkeling. Samen blijven we bouwen aan een toekomstbestendig mbo voor Noordoost-Nederland – voor onze studenten, medewerkers en regio.

4.4Doorstroom mbo-hbo

Versterking Aansluiting in de Beroepskolom (Vabok) richt zich op het verbeteren van de aansluiting en doorstroom tussen het vo, het mbo en het hbo. Het programma heeft als doel om soepele, doorlopende leerroutes te ontwikkelen in sectoren met tekorten, om studie-uitval te voorkomen en studenten beter te ondersteunen in hun loopbaanontwikkeling.

Binnen Vabok werken onderwijsinstellingen samen aan:

  • betere programmatische aansluiting tussen opleidingen;
  • versterking van loopbaanoriëntatie en -begeleiding;
  • duurzame samenwerking tussen partners in de beroepskolom.

Op dit moment zijn er twee doorlopende leerroutes ontwikkeld binnen Vabok:

  1. educatieve route: doorstroom van Onderwijsassistent naar de Pabo;
  2. maatschappelijke zorg–social work route: doorstroom vanuit maatschappelijke zorg naar de hbo-opleiding Social Work.

Met deze routes wordt gewerkt aan een sterke, samenhangende beroepskolom die aansluit bij regionale arbeidsmarktbehoeften en het studiesucces van studenten vergroot.

Doorstroom naar het hbo 

De doorstroomcijfers over 2025 en 2024 zijn nog niet bekend, aangezien deze cijfers nog niet definitief zijn. De aantallen t/m 2023 zijn afkomstig van de website www.mbotransparant.nl. De hbo-instellingen vullen de website met data. Cijfers betreffen directe en indirecte (minimaal na één tussenjaar) doorstroom van DCTerra naar hbo-onderwijs.

Doorstroom studenten DCTerra naar het hbo
2021 2022 2023
Directe doorstroom 282 215 249
Indirecte doorstroom 112 52 -

4.5Stagepact

Het Stagepact MBO 2023–2027 vormt een landelijke afspraak tussen overheid, scholen, studenten en werkgevers om stages voor alle mbo‑studenten veiliger, eerlijker en van hoge kwaliteit te maken. Het pact richt zich op vier centrale doelen: betere begeleiding, voldoende stageplaatsen, het tegengaan van stagediscriminatie en het bieden van een passende vergoeding. Deze afspraken moeten ervoor zorgen dat iedere student een positieve eerste kennismaking heeft met de arbeidsmarkt en goed voorbereid wordt op zijn toekomst.

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe DCTerra in 2025 aan deze doelen heeft gewerkt en welke stappen we zetten richting 2026.

Resultaat

Beschikbaar stellen van middelen

DCTerra staat achter de afspraken die gemaakt zijn in het Stagepact en heeft hiervoor in 2025 € 300.000 beschikbaar gesteld uit de middelen van de Kwaliteitsagenda om te kunnen werken aan de doelstelling 2.2: verbeteren stageplek en uitbannen stagediscriminatie.

Inrichten projectteams
Na het aanstellen van een projectleider eind 2024 zijn in 2025 leden voor de projectteams Stagebegeleiding en Stagediscriminatie geworven en aangesteld. Vlak voor de zomervakantie waren de teams geheel bemenst, met uit elke regio een bpv-coördinator. Na de zomer zijn we echt van start gegaan met de volgende thema’s:

  • Verbeteren van stagebegeleiding

We hebben een vragenlijst opgesteld om de tevredenheid van docenten te meten ten aanzien van de stagebegeleiding. In deze vragenlijst zijn ook een aantal items naar aanleiding van het gesprek met de Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB) en vragen over het aantal contactmomenten opgenomen. In het najaar is de vragenlijst uitgezet welke dient als nulmeting. De output wordt besproken en geanalyseerd in 2026. De respons was hoog (80 à 90%) en de respondenten waren positief (goed en voldoende werd veel gescoord). Nagenoeg alle opleidingen hanteren 3 contactmomenten, over wat een contactmoment en een bpv-periode is, zijn de meningen verdeeld. Dit vraagstuk wordt meegenomen in het vervolg.

Een andere tool, de landelijke bpv-monitor van SBB, hebben we ingezet om cijfers over de tevredenheid van studenten te genereren, zie onderstaande tabel 1.

De gegevens zijn gebaseerd op een zeer laag aantal respondenten, dit geeft niet een geheel betrouwbaar beeld, maar wel een indicatie. Om de bpv-monitor beter in te kunnen zetten als sturingsinstrument, heeft het projectteam Stagebegeleiding een advies geschreven om de uitvraag rechtstreeks te laten verlopen van de instelling naar de student. In plaats van hoe het nu gaat, namelijk via SBB en de praktijkopleider. De verwachting is dat als studenten meteen na hun bpv-periode de vragenlijst invullen – eventueel onder begeleiding van de slb’er – de respons wordt verhoogd. Dit proces is in gang gezet en wordt voorjaar 2026 geëffectueerd.

Ook heeft het projectteam een verzoek ingediend bij het domeinteam Student Begeleiden om reflectiegesprekken op te nemen in de leergang bpv omdat dit onderdeel ontbreekt en docenten hierin te trainen. De projectteamleden worden gevraagd om input aan te leveren voor de training. Op deze manier kan loopbaanoriëntatie en -studiebegeleiding (LOB) betrokken worden bij de beroepspraktijkvorming.

Voor het verbeteren van de stagebegeleiding is in de voorbereidende fase het ondertekenen van de beroepspraktijkovereenkomst (bpvo) belangrijk. Uit de database van SBB blijkt dat in 2025 bijna een kwart van de studenten geen ondertekende bpvo had voorafgaand aan de bpv en ook niet na 30 dagen.

Uitbannen stagediscriminatie
Om studenten gelijke kansen op een eerlijke en waardevolle stageplaats te geven, is in het najaar een pilot Stagematching voorbereid met een groep eerstejaars studenten. Helaas is deze pilot vanwege organisatorische problemen niet doorgegaan. Meteen daarna is een start gemaakt met het uitvoeren van een pilot bij dezelfde opleiding met tweede jaar studenten. Deze pilot vindt plaats in periode 3 en 4 in 2026.

Het projectteam Stagediscriminatie is vooral bezig geweest met het inrichten van een meldpunt stagediscriminatie voor studenten. Er is een stroomschema opgesteld, een handleiding bij het stroomschema geschreven en een registratieformulier ontwikkeld. Vervolgens is het proces in Engage gezet voor de collega’s die een rol hebben in het meldpunt. Ook heeft het projectteam de applicatiemogelijkheden verkend. Het is de bedoeling dat het meldpunt onderdeel wordt van een het meldpunt discriminatie, waarbij collega’s meldingen kunnen doen.

In periode 4 van 2025-2026 is het meldpunt gereed en kunnen studenten klachten melden, meldingen doen en signalen afgeven over stagediscriminatie. De meldingen worden doorgezet naar SBB.

Ook zijn diverse gesprekken gevoerd met Discriminatie.nl over welke rol zij kunnen hebben en hoe zij opgenomen worden in het structureel opvolgen van een melding en/of het bieden van juridische en emotionele ondersteuning. Met Waard, het bureau voor Educatie en advies inzake discriminatie, zijn afspraken gemaakt over het geven van workshops om de (h)erkenning van discriminatie te vergroten.

Samenwerking in DNA-verband
In DNA-verband vindt collegiaal overleg plaats tussen de projectleiders Stagepact. Hierin is een verschuiving te zien van elkaar informeren naar steeds meer op elkaar afstemmen en samenwerken.

Samenwerkingsovereenkomst tussen DCTerra en SBB
In de samenwerkingsovereenkomst staan ambities beschreven die opgaven binnen het Stagepact raken en de beroepspraktijkvorming overlappen. Studiejaar 2025-206 staan de volgende thema’s centraal:

  • kwalitatief voldoende stage(bpv-)plekken;
  • oprichten sterkmakersplatform, een zogenaamde top 100 van bedrijven;
  • onboarding van nieuwe medewerkers.

Om iets te kunnen zeggen over voldoende stageplekken zul je eerst moeten weten wat de stagebehoefte is, ofwel het aantal studenten dat een bpv-plek nodig heeft. In 2025 hebben we de cyclus beschreven van stagebehoefte naar stageknelpunten en -tekorten.

Er is een aanzet gemaakt met oprichten van het sterkmakersplatform van bedrijven. Hiervoor hebben we in kaart gebracht wat voor ons preferente bedrijven zijn op basis van criteria die we hebben opgesteld.

En tot slot de onboarding. Gekeken is naar de mogelijkheden om in de bijeenkomsten voor nieuwe medewerkers informatie over/door SBB mee te nemen en hoe basisinformatie over SBB altijd toegankelijk is op een eenvoudige manier.

4.6Practoraten

Een practoraat is een praktijkgericht kennis- en innovatiecentrum binnen het mbo, waar onderwijs, onderzoek en het regionale werkveld samenkomen. Ze vormen een motor voor innovatie door echte praktijkuitdagingen naar binnen te halen en slimme, creatieve oplossingen te ontwikkelen die bijdragen aan de grote transities in onze omgeving. Daarmee is de kennis die we ontwikkelen direct van waarde voor studenten en onze partners.

Resultaat

In 2025 hebben we binnen onze practoraten opnieuw laten zien hoe krachtig deze verbinding werkt. Daarmee zijn ze onmisbaar in onze ambitie om Sterkmakers te zijn voor onze leerlingen en studenten én voor de regio.

We kennen in 2025 vier practoraten binnen DCTerra:

  • Practoraat Ondernemend leren met en van de SDG’s in het mbo.
  • Practoraat Regeneratief (rent)meesterschap.
  • Practoraat Zorg en Technologie.
  • Practoraat Waterstof in de Industrie en Netwerken.

Daarnaast is één practoraat in oprichting: Practoraat Green is Art

Practoraat Ondernemend leren met en van de SDG’s
In 2025 heeft het practoraat Ondernemend leren met en van de Sustainable Development Goals (SDG’s) een belangrijke verdiepingsslag gemaakt. Het practoraat richt zich op de vraag hoe ondernemend leren in het mbo kan bijdragen aan betekenisvol onderwijs, waarin studenten zich ontwikkelen als vakmens, als mens en als betrokken burger in een context van maatschappelijke en duurzame vraagstukken. Binnen het practoraat is nadrukkelijk gekozen voor een onderwijskundige en pedagogisch-didactische insteek.

Samen met docententeams en externe partners zijn impactgerichte leerinterventies ontworpen, uitgevoerd en onderzocht. De SDG’s fungeerden hierbij als maatschappelijk kader, terwijl de Inner Development Goals (IDG’s) zijn ingezet als ontwikkelraamwerk voor onder meer eigenaarschap, reflectie en professionele vorming.

In 2025 zijn de eerste onderzoeksresultaten beschikbaar gekomen, vastgelegd in meerdere rapportages die samen inzicht geven in de werking en opbrengsten van ondernemend leren met en van de SDG’s. Deze rapportages zijn gebaseerd op praktijk- en impactonderzoek en laten zien dat studenten meer betrokkenheid ervaren, rijker reflecteren op hun leerproces en bewuster verbinding leggen tussen hun handelen en maatschappelijke vraagstukken. Daarnaast bieden de rapportages verdiepend inzicht in het pedagogisch-didactisch handelen van docenten en de rol van betekenisgeving en emotie in leerprocessen.

Naast onderzoek is ingezet op kennisdeling en professionalisering via workshops, leergemeenschappen en interne en externe samenwerking. Daarmee is in 2025 een stevige kennisbasis opgebouwd die richting geeft aan verdere borging, doorontwikkeling en opschaling van ondernemend leren met maatschappelijke impact binnen DCTerra.

Practoraat Regeneratief (rent)meesterschap
In 2025 heeft het practoraat invulling gegeven o.a. aan het groeifonds Regeneratieve Landbouw voor DCTerra en Groenpact, is het een Engineering Doctoraat (EngD) gestart omtrent groen onderwijs en heeft het de betrokkenheid bij regeneratieve projecten samen met het bedrijfsleven verder aangehaald. Het regeneratief telen en landschapsbeheer, o.a. met het groeifonds ReGeNL in de rug, is vormgegeven in Meppel door een onderzoek naar Leven Lang Ontwikkelen i.s.m. Van Hall Larenstein (studenten), GCZWD (Gebiedscoöperatie Zuidwest- Drenthe) en het omringende bedrijfsleven. Het onderzoek, dat invulling gaf aan HOE de agrarische ondernemers en werkenden het liefst met elkaar en i.s.m. het onderwijs, het leren in de vorm van leernetwerken willen vormgeven.

Klik hier een korte video over dit project. Leven Lang Ontwikkelen (LLO) in de agrarische sector; vraag gestuurd, flexibel en dichtbij.

In Emmen zijn diverse projecten gestart met studenten/ docenten op het gebied van verkorte voedselketens, water en revitaliseren van bodem. In de regio Groningen telen docenten in samenwerking met studenten een perceel van 1,5 hectare op een regeneratieve wijze en waren ze betrokken bij het ontwikkelen van de wereldakker, biodiversiteit op schoolpleinen, de dubbele dijken, etc.

Om invulling te geven aan de onderzoeksagenda van het practoraat en de landelijke opdracht omtrent kwalitatief goed onderwijs is er o.a. een Enginering Doctoraat gestart. Binnen deze EngD wordt via onderzoek en ontwerpsessies gewerkt aan de doorontwikkeling van het (groen/technisch) beroepsonderwijs vanuit een regeneratieve lens, dat wil zeggen focus op integraliteit, diversiteit, wederkerigheid, reflexiviteit, handelingsperspectief en ecologische wereldbeeld.

Studenten, docenten en bestuurders zijn betrokken bij meerdere projecten en invulling van het curriculum met betrekking tot regeneratief rentmeesterschap. Denk hierbij aan de “Whole School Approach” waarbij niet alleen de curricula van studenten aangevuld regeneratief wordt/is met betrekking tot water en bodem. Ook de ‘Week van het eten’, landelijke onderwijsdag Bio/Regeneratief/natuurinclusief, regeneratieve kennisuitwisseling via een reis naar India, samenwerking Innovatie Veenkoloniën, AgroAgenda NN, de Gebiedscoöperatie Zuidwest-Drenthe, etc. hebben bijgedragen aan de invulling van het practoraat met betrekking tot regeneratieve voedselproductie en landschapsbeheer.

De opdracht vanuit de onderwijsinstelling in combinatie met de opdracht vanuit Groenpact om invulling te geven landelijk aan ReGeNL, heeft het practoraat kwantitatieve en kwalitatieve resultaten gegeven die terug te lezen zijn in het jaarverslag ReGeNL 2025. 

Practoraat Zorg en Technologie
In 2025 heeft het Practoraat Zorg en Technologie zich verder ontwikkeld als een praktijkgerichte en verbindende structuur binnen het mbo-onderwijs en de regionale zorg- en innovatiecontext. Het jaar stond in het teken van uitvoering, opschaling en reflectie, mede in het kader van de tussenevaluatie van het practoraat (2022–2026).

Binnen het onderwijs namen in kalenderjaar 2025 circa 170 studenten (mbo en hbo) deel aan onderzoekswerkplaatsen van het practoraat. Studenten werkten hierin aan actuele praktijkvraagstukken rondom zorgtechnologie, innovatie en samenwerking in de zorgpraktijk. Uit de evaluatie blijkt dat circa de helft van de studenten concreet effect van hun project op de werkvloer zag en dat meer dan de helft rapporteerde dat hun onderzoek bijdroeg aan de adoptie van technologie in de praktijk. 

Sinds de start van het practoraat in 2022 hebben meer dan 330 studenten (mbo en hbo) deelgenomen aan onderzoekswerkplaatsen (Westerkwartier, Hogeland, Eemsdelta, Kop Drenthe, Meppel, Hoogeveen), naast een bredere groep studenten die via hackathons en challenges is bereikt. Deze groei onderstreept dat steeds meer studenten ervaring opdoen met onderzoekend en interdisciplinair werken binnen een betekenisvolle praktijkcontext.

In totaal waren in 2025 27 docent-onderzoekers actief vanuit Noorderpoort, DCTerra en Alfa-college. Deze multidisciplinaire groep bestond voornamelijk uit docenten Zorg & Welzijn, aangevuld met docenten ICT en techniek. Docenten gaven aan het practoraat te ervaren als een veilige leer- en experimenteeromgeving, waarin ruimte is voor samenwerking, reflectie en het ontwikkelen van nieuwe onderwijs- en begeleidingsvormen. Tegelijk werd zichtbaar dat tijd, focus en borging binnen teams blijvende aandacht vragen.

Het practoraat was in 2025 betrokken bij meerdere lopende en nieuwe subsidieprojecten en consortia, waaronder Care About IT, Health Noord, ENEP, de Academische Werkplaats Wijkverpleging, MDT Jong & Oud Verbonden, Learning Community AI in de zorg en het robotica-project binnen de Universiteit van het Noorden. 

In december 2025 is een uitgebreide tussenevaluatie uitgevoerd, bestaande uit interviews met regionale partners, een vragenlijst onder betrokkenen en documentanalyse. Zowel onderwijs- als praktijkpartners typeren het practoraat als een belangrijke verbinder tussen onderwijs, zorg en technologie, met een duidelijke meerwaarde ten opzichte van losse of tijdelijke initiatieven.

Practoraat Waterstof Industrie & Netwerken
In 2025 heeft het Practoraat Waterstof Industrie & Netwerken van DCTerra zijn positie als regionale en internationale kennispartner verder versterkt. Onze kernfocus lag op waterstof in de industrie en netwerken, met een duidelijke specialisatie in veiligheid, inspectie en onderhoudsmethoden. Vanuit die focus hebben we nieuwe leer- en onderzoeksactiviteiten opgezet die direct aansluiten op de vraag uit de praktijk en de human-capital opgave in Noord-Nederland.

Nationaal leverden we een zichtbare bijdrage aan twee LLO-programma’s (LLO-Energie Noord Werkt en het net gestarte LLO Keten) en aan het (EU) JTF-programma Train & Learn Hub Waterstof Werkt. In deze trajecten ontwikkelden we samen met (veelal grotere) bedrijven uit Drenthe en Groningen nieuw lesmateriaal – deels online en deels klassikaal – en werkten we multi-level en multidisciplinair aan toegepast onderzoek. Een 3-daagse H2-bedrijfschallenge met mbo-studenten onderstreepte de impact: ondanks ons relatief kleine team won student Jorian Bathoorn van Drenthe College uit Assen, de meeste prijzen.

Binnen het regionale netwerk Hydrogen Valley Campus Europe (HVCE) verbinden we mbo, hbo en wo en bouwen we aan internationale ambities. Met Noorderpoort ontwikkelden we in 2025 de basis voor een ‘waterstoftafel’ (didactisch en praktisch demonstratiemiddel); de Rijksuniversiteit Groningen sluit in 2026 aan. Ook droegen we via het practoratenplatform Energie Transitie bij aan een ministerie-document (EZK/KGG) over de inzet van practoren richting de 2050-doelstellingen voor de energietransitie.

Internationaal waren we actief binnen H2COVE, inclusief een werkbezoek aan Estland en de doorontwikkeling van een nationaal en internationaal Train-the-Trainer programma (waterstof algemeen en labveiligheid) dat door Noorderpoort en DCTerra inhoudelijk wordt uitgevoerd. Daarnaast coördineert DCTerra de ontwikkeling van 25 nieuwe internationale waterstof-onderwijsmodules in de komende drie jaar binnen H2COVE. Onze expertise leidde ook tot internationale uitnodigingen voor lezingen, onder meer in Barcelona tijdens het ARC Industry Leaders Forum Europe.

Via GreenSkill4H2 organiseerden we masterclasses op de Greenwise Campus rond inspectie, onderhoud, onderwijs, autonome operaties en systeemintegratie en testten we nieuwe opleidingen die nu breed beschikbaar zijn. Het team docent/onderzoekers groeide in 2025 van 2 naar 6 personen, wat onze ontwikkelkracht en continuïteit substantieel vergroot. Hoewel de oplevering van de Greenwise Campus en het grotere fieldlab is doorgeschoven naar 2027, blijven we koersvast: binnen World Class Maintenance Hydro Boreas werkten we aan een competentiematrix voor toekomstig waterstofpersoneel en bereiden we gesprekken voor om het fieldlab in Emmen in 2027 te positioneren.

Kennis delen binnen de practoraten

DCTerra heeft de ambitie om de practoraten uit te breiden, op basis van de regionale kennisagenda en in afstemming met de DNA-partners, NHL Stenden, Hanze en met bedrijven en instellingen in de regio en verhogen daarmee de arbeidsproductiviteit (Gen AI) van de regionale economie.

Om hier de juiste stappen in te nemen is het van belang dat we de kennis en ervaring die we nu al hebben op gebied van practoraten met elkaar delen en gebruiken voor verdere beleidsvorming. In 2025 vond daarom het eerste practoratendiner van DCTerra plaats. Tijdens deze bijeenkomst kwamen practoren, projectleiders, directeuren en het College van Bestuur samen om kennis uit te wisselen en de onderlinge samenwerking te versterken. De bijeenkomst benadrukte de strategische betekenis van practoraten voor het verbinden van onderwijs, onderzoek en praktijk, evenals voor het ondersteunen van duurzame en innovatieve regionale ontwikkeling.

Aan de hand van pitches en thematische gesprekssessies werd relevante input verzameld voor de verdere beleidsvorming en de toekomstige positionering van practoraten binnen DCTerra. De opgedane inzichten vormen een belangrijke basis voor het voortzetten van de samenwerking met regionale kennis- en praktijkpartners en voor het versterken van de impact van practoraten op de kwaliteit van het onderwijs.

4.7Leven Lang Ontwikkelen (LLO)

Leven Lang Ontwikkelen is een onmisbare pijler voor een sterke regio en een wendbare arbeidsmarkt. We willen dat iedereen, jongeren én volwassenen, de kans krijgt zich te blijven ontwikkelen, nieuwe vaardigheden op te doen en duurzaam inzetbaar te blijven in een snel veranderende wereld. Met ons LLO‑aanbod verbinden we onderwijs, bedrijfsleven en regionale partners, zodat leren doorloopt voorbij de schoolmuren en bijdraagt aan vakmanschap, werkplezier en toekomstperspectief. Zo versterken we niet alleen individuele loopbanen, maar ook de veerkracht en vitaliteit van onze regio.

Dit doen wij in de groene sector met TerraNext en TerraStart, in de kleurrijke sector bieden we LLO-activiteiten via DNA Next aan.

4.7.1 TerraNext

In 2025 heeft TerraNext vanuit Eelde en diverse locaties in Nederland opnieuw grote stappen gezet in de ontwikkeling van het groene cursus- en contractonderwijs (LLO). Het hele team (docenten, backofficemedewerkers en accountmanagers) heeft zich ingezet om zowel de kwaliteit van het onderwijs als de bedrijfsvoering verder te versterken. 

Professionalisering en optimalisatie

Het afgelopen jaar stond in het teken van optimalisatie. Hoewel TerraNext al jaren een solide en professionele organisatie is, was een vernieuwingsslag noodzakelijk om toekomstbestendig te blijven. De AFAS-migratie is afgerond en meerdere processen zijn gestroomlijnd. Daarnaast is er een nieuwe website gelanceerd: modern, gebruiksvriendelijk en voorzien van een volledig functionerende webwinkel. Deelnemers kunnen nu direct cursussen boeken én afrekenen, een grote stap vooruit in efficiëntie, professionaliteit en ontlasting van de backoffice. Hiermee is een stevige basis gelegd voor verdere groei. 

Vertaling van marktkansen

Accountmanagers signaleren kansen in de markt, vertalen deze naar onderwijsconcepten en werken nauw samen met docenten en de backoffice om deze te realiseren. Deze manier van werken maakt TerraNext wendbaar en innovatief. 

Onderwijsontwikkeling en groei

TerraNext blijft continu vernieuwen en ontwikkelt snel nieuwe onderwijsproducten die aansluiten bij de marktvraag. Dit wordt opgemerkt door zowel bestaande als nieuwe opdrachtgevers, wat leidt tot een toename in (complexe) maatwerktrajecten. 

Een voorbeeld hiervan is het omvangrijke traject dat in 2025 is gestart bij de gemeente Groningen. Hier vertalen we de groenvisie naar praktische vaardigheden voor medewerkers, via een opleidingstraject van een jaar voor drie volledige groepen. 

Daarnaast zijn nieuwe trajecten gestart, zoals: 

  • ETW
  • Agro-ecologisch Tuinder 

Ook bestaande opleidingen laten groei zien, waaronder: 

  • Natuurbescherming binnen de Omgevingswet 
  • Motorkettingzagen 
  • Ecologisch hovenier 
  • VHG-hoveniersopleidingen 140 deelnemers, van assistent tot projectleider 
  • Cursussen binnen plantgezondheid 

Dit is slechts een greep uit het totale aanbod. 

Dier en hippisch

Binnen de sectoren dier en hippisch zien we een duidelijke groei. De investeringen van de afgelopen jaren beginnen zichtbaar vruchten af te werpen. Voorbeelden hiervan zijn: 

  • Het vakbekwaamheidsbewijs voor dieren (CE vogels, vissen, overige zoogdieren, herpeten en hond/kat) 
  • Kennissessies voor de hippische sector 

Deze activiteiten worden gevolgd door Terra MBO-studenten, cursisten en Terra-docenten. 

Financiële resultaten

Het grootste deel van onze opdrachten is privaat. In 2025 realiseerde TerraNext een omzet van ruim €2,2 miljoen (inclusief TerraStart). In 2026 wordt een vijfjarenplan opgesteld waarin de benodigde investeringen voor verdere doorontwikkeling inzichtelijk worden gemaakt. 

4.7.2 TerraStart

TerraStart, een label van TerraNext, biedt al twaalf jaar onderwijs, begeleiding en bemiddeling aan kwetsbare mensen die niet passen binnen een reguliere onderwijssetting. 

TerraStart werkt op meer dan zeven locaties in Noord-Nederland, vaak op inspirerende plekken zoals boerderijen, bossen en golfbanen; locaties die passen bij de praktijkgerichte aard van het onderwijs. 

Onderwijs en begeleiding

TerraStart verzorgt branche- en vakgericht onderwijs in: 

  • Groen (assistent hovenier VHG)
  • Agro-sector (assistent agrarisch) 

De toeleiding naar werk, het primaire doel van TerraStart, wordt begeleid door een toegewijd team van jobcoaches.  

Ook speelt TerraStart een ondersteunde rol in het begeleiden van studenten uit het reguliere onderwijs die dreigen uit te vallen (VSV). Deze interne opdracht is in 2025 succesvol voortgezet en vormt een stevige basis voor 2026. 

Resultaten 2025

TerraStart heeft een succesvol jaar achter de rug, met meer uitgevoerde trajecten dan in voorgaande jaren en een gerealiseerde omzet van bijna € 700.000. Het is een groot compliment dat opdrachtgevers inmiddels standaard rekening houden met TerraStart in hun begroting. Dit vertrouwen bevestigt de waarde van het onderwijsconcept.

4.7.3 LLO Katalysatorproject Duurzaam Leren en Innoveren; Landbouw- en grondstoffentransitie in Zuidwest Drenthe

In 2025 werkte DCTerra samen met de Gebiedscoöperatie ZuidwestDrenthe (GCZWD), Van Hall Larenstein en practor Ine Sturkenboom van het practoraat Regeneratief Rentmeesterschap aan een regionaal ontwerp voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) voor agrarische ondernemers. De agrarische sector in de regio staat voor grote transitieopgaven, onder andere door de ligging nabij drie Natura2000gebieden. Uit het onderzoek blijkt dat ondernemers het liefst vraaggestuurd, praktijkgericht en kleinschalig leren – bij voorkeur op het eigen erf en begeleid door een onafhankelijke leerregisseur.

Het project is medio 2025 afgerond en resulteerde in een LLO-raamwerk met leernetwerken waarin agrariërs, docenten, onderzoekers en studenten samen leren over thema’s zoals bodem en mineralen, klimaatadaptatie, regelgeving, biodiversiteit en ondernemerschap. De inzichten zijn vertaald naar concrete materialen, waaronder een infographic, projectfilm en flyer, die breed worden ingezet voor kennisdeling in de regio.  

In 2025 kreeg het project landelijke erkenning: tijdens de Katapultdag in Amersfoort won de samenwerking de publieksprijs van de Promotor Award. De jury prees het vernieuwende coöperatieve model en de impact die in één jaar is bereikt.

4.7.4 LLO-Katalysatorproject Professioneel bijdragen aan de groene transitie

In september rondde TerraNext, samen met partners als gemeente Assen, Staatsbosbeheer en diverse onderwijsinstellingen het LLO-Katalysatorproject Professioneel bijdragen aan de groene transitie af. In dit project stond de vraag centraal hoe groene professionals beter kunnen worden voorbereid op de toenemende complexiteit van maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, biodiversiteit en duurzame voedselvoorziening en welke rol Leven Lang Ontwikkelen (LLO) daarin speelt.  

Het project heeft geleid tot een stevig fundament voor de verdere ontwikkeling van LLO binnen TerraNext. Belangrijke opbrengsten zijn onder meer een strategisch professionaliseringsplan voor TerraNext, een competentiematrix voor de Groene Professional en een competentiematrix voor de LLO-professional. Deze instrumenten maken inzichtelijk welke rollen en competenties nodig zijn om effectief bij te dragen aan de groene transitie en bieden concrete handvatten voor onderwijsontwikkeling en professionalisering. Daarnaast zijn menukaarten voor professionalisering en zogeheten ontwikkelschijven ontwikkeld, die het gesprek over leren en ontwikkelen binnen en buiten de organisatie ondersteunen.  

De kracht van het project ligt in de nauwe samenwerking met het werkveld en het gezamenlijk verkennen van toekomstige opgaven. TerraNext positioneert zich hiermee nadrukkelijk als een proactieve en strategische partner in de groene sector, die niet wacht op opleidingsvragen maar samen met partners vooruitkijkt. Het project draagt bij aan een cultuur waarin professionalisering een structureel onderdeel is van organisatieontwikkeling.  

Het project krijgt een vervolg waarmee wordt voortgebouwd op de ontwikkelde inzichten en producten en wordt de positie van TerraNext binnen regionale samenwerkingen en de groene transitie verder versterkt.   

Link naar filmpje van afsluitende bijeenkomst: Slotbijeenkomst Eelde DCTerra | LLO-Katalysator  

4.7.5 DNA Next

Binnen het samenwerkingsverband DNA Next, waarin Drenthe College samenwerkt met Noorderpoort en het Alfa‑college, bundelen we onze krachten om volwassenen en bedrijven in de regio beter te ondersteunen bij leren en ontwikkelen. In 2025 bouwen we voort op de stappen die in 2024 zijn gezet en groeit DNA Next verder door als herkenbare en toegankelijke partner voor LLO in de regio.  

Meer bereik, meer partners, meer impact

In 2025 neemt de zichtbaarheid van DNA Next in de regio toe door gezamenlijke communicatie en marketing. Steeds meer werkgevers, werkenden en werkzoekenden weten DNA Next te vinden voor vragen over scholing, bij‑ en omscholing en maatwerktrajecten. Het aantal contactaanvragen stijgt en regionale partners geven aan de bundeling van krachten en de heldere positionering te waarderen. 

Sneller en beter voor klant en arbeidsmarkt

Met de toegekende LLO‑katalysatorsubsidie werken we in 2025 aan verdere professionalisering van DNA Next. De focus ligt op verbetering die de klant direct merkt: duidelijke informatie, snelle opvolging van aanvragen en scholingstrajecten die aansluiten bij de praktijk van alledag.  

Relatiemanagers voeren steeds vaker gesprekken op tactisch en strategisch niveau met werkgevers, onder meer via regionale overlegmomenten en dialoogtafels. Hierdoor ontstaan gezamenlijke ontwikkeltrajecten waarin onderwijs en bedrijfsleven samen optrekken. Scholing is daarbij geen losse cursus meer, maar onderdeel van een bredere ontwikkelaanpak binnen organisaties.  

Regionale voorbeelden uit de praktijk

DNA Next en zorginstellingen Treant en Tangenborgh: nieuwe instroom in de zorg
In 2025 werkt DNA Next samen met o.a. Treant en Tangenborgh aan het opleiden van toekomstige zorgmedewerkers. Vanuit deze samenwerking zijn twee leertrajecten verzorgd: Assisteren bij zorg en welzijn en Zorgversterkers. De trajecten zijn gericht op zij‑instromers en werkzoekenden en combineren leren op de werkvloer met gerichte scholing. Door uit te gaan van wat mensen al kunnen en dit te vertalen naar erkende certificaten, ontstaat een toegankelijke route richting werk in de zorg. Voor de zorginstellingen draagt dit bij aan het opvangen van personeelstekorten, met name in piekperiodes zoals de zomer.  

Zorg & welzijn: palliatieve zorg en voorschakeltrajecten  
Samen met de Netwerken Palliatieve Zorg Drenthe‑Steenwijkerland en Groningen ontwikkelde DNA Next een basiscursus palliatieve zorg. Theorie en praktijk zijn hierin nadrukkelijk met elkaar verbonden, waardoor zorgprofessionals hun deskundigheid versterken en beter zijn toegerust om passende zorg te bieden.  

Daarnaast zijn in samenwerking met zorginstellingen, kinderopvang en UWV voorschakeltrajecten gerealiseerd die werkzoekenden voorbereiden op instroom in de zorg en kinderopvang. Deelnemers maken gericht kennis met het werkveld en stromen beter voorbereid door naar een BBL‑opleiding. Dit draagt bij aan duurzame instroom in de sector.  

Techniek en energie: praktijkgericht maatwerk
Voor technische bedrijven zijn maatwerktrajecten ontwikkeld op het gebied van elektrotechniek en duurzame technieken. Medewerkers leren wat zij direct nodig hebben in hun dagelijkse werk, zodat nieuwe kennis meteen toepasbaar is op de werkvloer. Dit helpt bedrijven wendbaar te blijven in een snel veranderende technische omgeving.  

Optioneel: Maatwerk voor organisaties

Steeds vaker ontwikkelen we samen met werkgevers leertrajecten die bestaan uit samenhangende programma’s in plaats van losse cursussen. Door bestaand lesmateriaal, praktijkervaring en organisatiedoelen te verbinden, ontstaat scholing die duurzame waarde toevoegt voor zowel medewerkers als organisaties.  

Impact op deelnemers, werkgevers en onderwijs

De inzet op Leven Lang Ontwikkelen via DNA Next levert zichtbare meerwaarde op voor verschillende doelgroepen. Werkgevers profiteren van sneller inzetbare medewerkers, ondersteuning bij interne doorstroom en het toekomstbestendig maken van teams. Werkenden en werkzoekenden volgen scholing die direct perspectief biedt op werk of verdere ontwikkeling, met resultaten die hun positie op de arbeidsmarkt versterken.  

Tegelijkertijd versterkt LLO ook het initieel onderwijs van DCTerra. Ontwikkelde modules en praktijkgerichte aanpakken uit LLO‑trajecten vinden hun weg terug naar reguliere opleidingen, terwijl studenten profiteren van een onderwijsaanbod dat nauw aansluit bij actuele ontwikkelingen in het werkveld. Zo versterken Leven Lang Ontwikkelen en initieel onderwijs elkaar.  

Vooruitblik

In 2025 groeit het bereik en de omzet van het LLO-aanbod. Om deze positieve ontwikkeling te versterken, richten we ons in 2026 op verdere standaardisering en opschaling van succesvolle trajecten, optimalisatie van processen en een scherpere monitoring van resultaten en impact.  

4.8Sterk Techniek Onderwijs

Sterk Techniekonderwijs (STO) is een landelijk onderwijsprogramma waarmee de overheid sinds 2018 structureel investeert in sterk en toekomstbestendig techniekonderwijs in het vmbo.

Scholen, bedrijfsleven en regionale partners werken samen om:

  • meer leerlingen kennis te laten maken met techniek;
  • de aansluiting vmbo–mbo–arbeidsmarkt te versterken;
  • duurzaam en innovatief techniekonderwijs te ontwikkelen.

Terra VO en STO

Onze Terra VO-vestigingen zijn als partner aangesloten bij Sterk Techniek Onderwijsregio (STO). Binnen deze regionale samenwerking streven we ernaar leerlingen te laten ervaren en begrijpen hoe groen en techniek elkaar in verschillende vakgebieden kunnen versterken. Daarnaast hebben we een stabiele groep leerlingen die na het vmbo doorstroomt naar mbo-techniekopleidingen. Via de samenwerkingen binnen de STO-regio’s willen we deze leerlingen al vroeg laten kennismaken met de mogelijkheden en kansen binnen de technische beroepspraktijk.

In alle regio’s zijn nieuwe plannen opgesteld voor de periode 2025–2029. De activiteitenplannen en bijbehorende begrotingen zijn ingediend en goedgekeurd. De veelzijdigheid van ons groene onderwijs heeft raakvlakken met de techniek. Deze willen we o.a. met behulp van sterk techniekonderwijs verder brengen.

4.9RIF Hospitality Drenthe

Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) Hospitality Drenthe werkt aan een betere aansluiting van het mbo op de arbeidsmarkt binnen de brede gastvrijheidssector. Dit doen we via drie programmalijnen:

  • aantrekken en behouden van talent in de sector;
  • ontwikkelen van modern (hybride) onderwijs;
  • professionaliseren van docenten en leermeesters 2.0.

Het op peil houden van de instroom in gastvrijheidsopleidingen blijft een uitdaging, mede door de (landelijke) daling van mbo‑instroom. In samenwerking met onderwijsinstellingen, overheid en bedrijfsleven zetten we ons in om deze opgave het hoofd te bieden.

Resultaat

Groei en betrokkenheid bedrijven
In 2025 groeide het partnernetwerk met zes nieuwe bedrijven, waarmee het draagvlak en de diversiteit verder zijn toegenomen. Naast deze kwantitatieve groei viel vooral de actieve bijdrage van partners op: bedrijven leverden een waardevolle rol in voorlichting en promotie tijdens activiteiten voor jongeren, studenten en zij-instromers, zoals StartFest Assen, het Zoo werkt’t-festival en Matchday in Emmen.

Doorontwikkeling stagecarrousel
Een inhoudelijke mijlpaal was de doorontwikkeling van de stagecarrousel. Dit model, waarin studenten bij meerdere bedrijven stagelopen, biedt leermeesters in kleinere bedrijven verlichting én geeft studenten een breed en realistisch beeld van werken in de gastvrijheidssector.

Kennisdeling en interregionale samenwerking
Op interregionaal niveau vond een succesvolle kennisdelingsbijeenkomst plaats met RIF-projecten uit Groningen en Friesland, bij Wildlands/Atlas Theater. Tijdens workshops werden actuele ontwikkelingen besproken, waaronder AI-toepassingen. De bijeenkomst leidde tot nieuwe inzichten en een sterker netwerk over de provinciegrenzen heen.

Regionaal ontstond in Hoogeveen/Meppel een actieve community van gastvrijheidsbedrijven, waar vraagstukken – zoals rondomstageplaatsen – collegiaal worden opgepakt.

Profilering van de gastvrijheidssector
De profilering van de sector kreeg een impuls door de ondersteuning van het project Koken op de Boerderij tijdens de Week van Ons Voedsel. Hiermee werd de verbinding gelegd tussen gastvrijheid, regionale producten en voedselbeleving.

Ondersteuning excellentieprogramma DCTerra
Ook binnen het onderwijs werden mooie resultaten geboekt. Hospitality Drenthe ondersteunde het excellentieprogramma van DCTerra, met als hoogtepunt een benefietdiner dat ruim € 15.000 opleverde voor Noaberschap United. Daarnaast werd de onderwijsinfrastructuur versterkt: vanaf schooljaar 2025/2026 verzorgt een DCTerra-docent het horecaonderwijs bij de Regionale Praktijk Academie Steenwijk.

Stuurgroep en governance
De stuurgroep kwam in 2025 drie keer bijeen en bewaakte voortgang, kwaliteit en strategische keuzes, waaronder de toelating van nieuwe partners.

Vooruitblik 2026
De stevige samenwerking en vernieuwende onderwijs- en stagevormen bieden een sterke basis voor verdere ontwikkeling. Onderwijsinstellingen verkennen gezamenlijk hoe vrijetijdseconomie-onderwijs kan worden vernieuwd. Vanuit de Baanbrekers wordt gewerkt aan een expertisecentrum vrijetijdseconomie, mogelijk gevolgd door een breed practoraat ‘Hospitality’ binnen het DNA‑netwerk (DCTerra, Noorderpoort, Alfa College). Hiermee worden de fundamenten gelegd voor structurele kennisontwikkeling en innovatie in de regio.